Een zoutmeer, of zoutwatermeer, is een meer met veel natriumchloride en andere opgeloste mineralen in het water. Het wordt vaak gedefinieerd als drie gram of meer zout per liter. In sommige gevallen bevatten zoutmeren meer zout dan zeewater: ze worden dan hypersaline meren genoemd. Een alkalisch zoutmeer met een hoog gehalte aan carbonaat wordt een sodameer genoemd.
Zoutmeren kunnen worden ingedeeld in categorieën op basis van het zoutgehalte:
- subsaline 0,5-3 ‰ (delen per duizend)
- hyposaline 3-20 ‰
- mesosaline 20-50 ‰
- hypersaline groter dan 50 ‰
Zoutmeren ontstaan wanneer het water dat in het meer stroomt en zout of mineralen bevat, het meer niet kan verlaten. Dit komt doordat het meer endorheisch is (een doodlopende weg). Het water verdampt dan, waarbij opgeloste zouten achterblijven. Hierdoor neemt het zoutgehalte toe. Zoutmeren zijn een uitstekende plaats voor zoutproductie. Een hoog zoutgehalte leidt ook tot een unieke flora en fauna in het meer. Soms betekent de grote hoeveelheid zout dat er weinig leven in of bij het meer is.
Als de hoeveelheid water die in een meer stroomt kleiner is dan de verdampte hoeveelheid, zal het meer uiteindelijk verdwijnen en een droog meer achterlaten: een "playa", zoutvlakte of zoutpan.


