Het Scopes-proces staat formeel bekend als The State of Tennessee v. John Thomas Scopes. Het wordt ook wel de Scopes apenproef genoemd.
Het was een beroemde Amerikaanse rechtszaak in 1925. Een vervangende leraar van de middelbare school, John Scopes, werd beschuldigd van het schenden van de Butler Act van Tennessee. Deze wet maakte het onwettig om de menselijke evolutie te onderwijzen in elke door de staat gefinancierde school. Het proces werd met opzet opgezet om publiciteit te trekken naar het stadje Dayton, Tennessee, waar het werd gehouden.
Scopes was er niet zeker van of hij ooit daadwerkelijk de evolutie had onderwezen, maar hij heeft zichzelf bewust beschuldigd, zodat de zaak een verdachte kon hebben.
Scopes werd schuldig bevonden en kreeg een boete van 100 dollar, maar het vonnis werd op een technisch punt tenietgedaan. Het proces diende zijn doel om intense nationale publiciteit te trekken. Nationale verslaggevers kwamen naar Dayton om de grote namen van de advocaten die hadden afgesproken om elke partij te vertegenwoordigen. William JenningsBryan, drievoudig presidentskandidaat, pleitte voor de vervolging, terwijl Clarence Darrow, de beroemde verdedigingsadvocaat, voor Scopes sprak.
Het proces publiceerde de Fundamentalistisch-Modernistische Controverse. Deze set "Modernisten", die zeiden dat evolutie niet onverenigbaar was met religie, tegenover Fundamentalisten, die zeiden dat het woord van God zoals dat in de Bijbel is geopenbaard, voorrang had op alle menselijke kennis. De zaak werd dus gezien als zowel een theologische wedstrijd als een proces over de vraag of de moderne evolutiebiologie op scholen zou moeten worden onderwezen.
De wet van Tennessee werd pas in 1967 ingetrokken.