De Toevoegingen aan Daniël zijn drie hoofdstukken die in sommige, maar niet alle, christelijke Bijbels zijn toegevoegd aan het Boek Daniël. Rooms-katholieken en volgelingen van de Oosters-Orthodoxe en Oosters-Orthodoxe kerken geloven dat deze hoofdstukken heilig zijn en zij zetten ze in hun Bijbels als deel van hun Bijbelse canon. De hoofdstukken worden in artikel VI van de NegenendertigArtikelen van de Kerk van Engeland vermeld als goede, maar geen heilige lectuur. De meeste Protestantse Bijbels hebben deze hoofdstukken niet, omdat de meeste Protestantse kerken geloven dat deze hoofdstukken apocrief zijn.
De Toevoegingen aan Daniël komen niet voor in de Hebreeuwse of Aramese tekst van Daniël. Ze staan wel in de Griekse Septuagint en een vertaling van de schrijver Theodotion. De meeste Protestantse Bijbels gebruiken echter alleen de tekst in de Hebreeuwse en Aramese manuscripten, dus die hebben deze hoofdstukken niet.
De toevoegingen zijn:
Overzicht van de drie toevoegingen
- Het gebed van Azarja en het lied van de drie heilige jongeren (ingesloten in Daniël 3, tussen vers 23 en 24 in de Griekse tekst): een langere passage die laat zien hoe Azarja (ook: Abednego) en de andere twee jongeren bidden en God prijzen terwijl zij in de vurige oven worden geworpen. De passage bevat een berouws- en smekingsgebed en een lofzang vol Bijbelse beelden en theologie.
- Susanna (vaak aangeduid als Daniël 13 in katholieke ordening): een korte novellistische episode over een vrome vrouw, Susanna, die valselijk wordt beschuldigd van overspel. De jonge Daniël intervieuwt de getuigen, ontdekt hun tegenstrijdige verklaringen en redt Susanna van de dood. Het verhaal benadrukt gerechtigheid, Gods voorzienigheid en de wijsheid van Daniël.
- Bel en de Draak (vaak Daniël 14): twee korte verhalen die de dwaasheid van afgoderij laten zien. In het eerste deel ontmaskert Daniël de priesters van Bel door te tonen dat de offers worden opgegeten door menselijke bedrog. In het tweede deel doden Daniël en een dromerige slang (de draak) een grote slang die als godheid wordt aanbeden; in sommige versies sluit dit af met een tweede verhaal over Daniëls beproeving in een leeuwenkuil of een slaap in een grot.
Taal, oorsprong en datering
De Toevoegingen zijn overgeleverd vooral in het Grieks (Septuagint) en in versies die Theodotion toeschrijven. De oorspronkelijke taal of talen van sommige onderdelen is onderwerp van onderzoek: Susanna is in sommige oude getuigen ook in een Hebreeuwse of Aramese vorm aangetroffen, en er bestaan Aramese en Syrische versies van delen van de tekst. De meeste onderzoekers dateren de toevoegingen op zijn vroegst op de Hellenistische periode (circa 2e–1e eeuw v.Chr.), hoewel sommige elementen ouder of jonger kunnen zijn.
Plaats in verschillende canonieke tradities
De status en plaats van de toevoegingen verschilt per kerkelijke traditie:
- Rooms-katholieke Kerk: neemt de toevoegingen op als deuterocanonieke boeken of gedeelten en plaatst Susanna en Bel en de Draak als hoofdstukken buiten de Hebreeuwse tekst (Daniël 13–14), en voegt het gebed van Azarja toe in Daniël 3. De Latijnse Vulgata bevat deze passages.
- Oosters-Orthodoxe kerken: erkennen de toevoegingen meestal ook en hebben variaties in plaatsing en tekstafhandeling, maar gebruiken de Septuagint-traditie als norm.
- Anglicaanse traditie: (zoals vermeld in artikel VI van de NegenendertigArtikelen) beschouwt deze geschriften als nuttig en leerrijk, maar niet als basis voor leerstellige dogma's. Historisch zagen veel Anglicaanse bijbeluitgaven deze boeken als 'Apocrief' met een aparte sectie.
- Protestantse kerken: accepteren doorgaans alleen de boeken die in de Hebreeuwse Masoretische tekst voorkomen als het Oude Testament en beschouwen de toevoegingen als apocrief. Sommige vroege protestantse Bijbeluitgaven (bijvoorbeeld de vertaling van koning James met Apocrypha) plaatsten ze in een aparte Apocriefen-sectie; latere protestantse edities hebben die sectie meestal weggelaten.
Liturgisch gebruik en invloed
In de liturgie van de Oosterse en Katholieke kerken worden delen van de Toevoegingen gebruikt in gezangen, lezingen en gebeden, vooral het lied van de drie jongeren in Daniël 3. Susanna en Bel en de Draak zijn vaker gewaardeerd als morele en catechetische verhalen die thema's als gerechtigheid, moed en deverwerping van afgoderij uitdiepen.
Historisch-kritische aantekeningen
- Veel bijbelwetenschappers zien de toevoegingen als latere literaire bewerkingen of zelfstandige verhalen die bij het boek Daniël zijn gevoegd in de Griekse traditie. De toon en stijl verschillen soms van het hoofddeel van Daniël.
- Sommige passages (bijvoorbeeld het gebed van Azarja en het lied) tonen liturgische en poëtische kenmerken die wijzen op gebruik binnen geloofsgemeenschappen als gebed en lofzang onder vervolging.
- Jerome, de maker van de Latijnse Vulgata, stond kritisch tegenover boeken die niet in de Hebreeuwse traditie voorkwamen, maar de kerkelijke praktijk leidde ertoe dat de teksten toch in veel westelijke Bijbels werden opgenomen.
Moderne vertalingen en studies
Moderne bijbeluitgaven behandelen de Toevoegingen verschillend: katholieke en veel orthodoxe Bijbels zetten ze in de hoofdtekst van Daniël, protestantse studie-Bijbels vermelden ze vaak als apocrief of voegen ze als appendix toe om tekst- en traditievergelijking mogelijk te maken. Bijbelcommentaren en wetenschappelijke uitgaven bespreken ze uitvoerig vanwege hun literaire waarde, theologische inhoud en hun rol in de ontwikkeling van de canon.
Samenvattend
De Toevoegingen aan Daniël bestaan uit drie latere teksten die in de Griekse traditie bij Daniël zijn gevoegd. Ze benadrukken thema's als geloofsgetuigenis, gerechtigheid en de verwerping van afgoderij. Hun canoniciteit verschilt per kerkelijke traditie: erkend als deuterocanoniek in de Katholieke en de meeste Oosterse kerken, en beschouwd als apocrief door veel Protestanten en in het jodendom. Voor historici en bijbelwetenschappers bieden ze belangrijk materiaal om de religieuze verbeelding en praktijk in de hellenistische periode te bestuderen.