De zwemblaas (gasblaas, luchtblaas) is een inwendig met gas gevuld orgaan. Het helpt veel beenvissen (maar geen kraakbeenvissen) om hun drijfvermogen te regelen.

Vissen met een zwemblaas kunnen op hun huidige waterdiepte blijven zonder energie te verspillen aan zwemmen. Door de rugligging van de zwemblaas ligt het massamiddelpunt onder het volumemiddelpunt, zodat de zwemblaas als stabilisator fungeert. Ook is de zwemblaas een resonerende kamer, om geluid te produceren of te ontvangen.

Zwemblazen zijn evolutionair nauw verwant (d.w.z. homoloog) met longen. Volgens de traditionele wijsheid stelden de eerste longen (eenvoudige zakjes die met de darmen verbonden waren) de vissen in staat om in zuurstofarme omstandigheden lucht op te zuigen. Zij evolueerden tot de longen van de huidige gewervelde landdieren en sommige vissen (longvissen, garnalen, baarzen) en ook tot de zwemblazen van de straalvinnige vissen.