De Slag op de Witte Berg vond plaats op 8 november 1620, nabij de Bílá Hora (Witte Berg) ten westen van Praagse Burcht. De confrontatie was een beslissende overwinning voor de katholieke troepen van hertog Maximiliaan I van Beieren, die samen met keizerlijke troepen de strijd aangingen met het leger van Frederik V, keurvorst van de Palts en door de Boheemse staten kort tevoren gekozen koning van Bohemen en Moravië. Voor Frederik V, die later de bijnaam "de Winterkoning" kreeg, betekende de nederlaag het einde van zijn korte koningschap.

Achtergrond

De directe aanleiding tot de opstand in Bohemen was de zogeheten Defenestratie van Praag (1618), waarbij twee koninklijke stadhouders en hun secretaris uit een raam van de Praagse Burcht werden gegooid. Deze daad escaleerde in een bredere opstand van protestantse edelen tegen de katholieke Habsburgse centralisatiepolitiek en de pogingen tot re-katholisering. De Boheemse Staten mobiliseerden in korte tijd troepen om hun zelfstandigheid en protestantse religieuze rechten te verdedigen; schattingen van het aantal Boheemse en bondgenootschappelijke troepen lopen uiteen, en worden soms rond de 20–30.000 genoemd.

Het verloop van de slag

De keizerlijke en Beierse legers (onder leiding van Maximiliaan I van Beieren, met ervaren generaals en goed getrainde troepen) troffen het Boheemse leger op de Witte Berg, een open helling dicht bij Praag. De strijd duurde kort; in veel bronnen wordt gesproken van ongeveer een uur. Door betere organisatie, discipline en vuurwapengebruik van de katholieke troepen braken zij de samenhang van het Boheemse verzet. Veel Boheemse troepen vluchtten of gaven zich snel over, waarna het verzet op het slagveld effectief was gebroken.

Gevolgen

  • Einde van de Boheemse opstand: de nederlaag betekende het definitieve einde van de Boheemse revolte tegen de Habsburgse keizer en het herstel van Habsburgse controle in Bohemen.
  • Politieke en religieuze repressie: keizer Ferdinand II bevestigde zijn gezag over Bohemen; veel leiders van de opstand werden gevangengenomen of geëxecuteerd (onder meer de openbare executies op het Oude Stadsplein in Praag in 1621). Anderen kregen het ultimatum zich tot het katholicisme te bekeren of het land te verlaten; veel protestantse edelen en burgers vertrokken en hun bezittingen werden in beslag genomen.
  • Herverdeling van landerijen: grootgrondbezit van de vernderde protestantse elite werd vaak overgedragen aan loyale katholieke adel en militaire bondgenoten, wat de sociaal-politieke verhoudingen in Bohemen blijvend veranderde.
  • Escalatie van de Dertigjarige Oorlog: hoewel de oorlog al in 1618 begonnen was, wordt de Slag op de Witte Berg gezien als een keerpunt: de conflictlijn verschoof van een voornamelijk Boheemse opstand naar een breder Europees conflict. De overwinning van de Habsburgers versterkte hun positie en droeg bij aan verdere betrokkenheid van andere mogendheden in de volgende fases van de Dertigjarige Oorlog.

Nabeschouwing en herdenking

De veldslag heeft een blijvende plaats in de geschiedenis van Tsjechië en Midden-Europa. In Tsjechische en protestantse herinnering staat de nederlaag voor het verlies van politieke autonomie en religieuze vrijheid in Bohemen. Op de plaats van de slag, tegenwoordig binnen de stadsgrenzen van Praag, is de voormalige open helling (de Witte Berg) nog zichtbaar en bestaat er een gedenkruimte met een monument ter herinnering aan de gebeurtenissen. De precieze vorm van herdenking en interpretatie van de slag kan per tijdsperiode en politieke context verschillen.

De Slag op de Witte Berg wordt daarom vaak genoemd in geschiedenissen van de Dertigjarige Oorlog als het einde van de Boheemse fase en als een van de situaties die leidden tot langdurige verwoestingen en politieke veranderingen in Europa.