Een Tobin-belasting is een belasting op alle handel in valuta over de grenzen heen.
Het eerste idee dat het nuttig zou kunnen zijn kwam van de econoom James Tobin. De belasting is bedoeld om kortetermijnspeculatie in valuta te bestraffen. Het voorgestelde belastingtarief zou laag zijn, tussen 0,1 en 0,25 procent.
Op 15 augustus 1971 vertelde Richard Nixon dat het niet langer mogelijk zou zijn om de Amerikaanse dollar in goud te veranderen, dus eindigde het Bretton Woods-systeem. Tobin stelde een nieuw systeem voor de internationale monetaire stabiliteit voor en stelde voor dat een dergelijk systeem een heffing op valutatransacties zou omvatten. Professor Tobin ontving later in 1981 een Nobelprijs voor de economie.
Het idee werd meer dan 20 jaar lang bijna vergeten. In 1997 begon Ignacio Ramonet, redacteur van Le Monde Diplomatique, het debat rond de Tobin-belasting opnieuw met een redactioneel artikel met de titel "Ontwapening van de markten". Ramonet stelde voor een vereniging op te richten voor de invoering van deze belasting, die de naam ATTAC (Association for the Taxation of Financial Transactions for the Aid of Citizens) kreeg. De belasting is dan een kwestie van de antiglobaliseringsbeweging geworden en een kwestie van discussie, niet alleen achter de academische instellingen, maar zelfs op straat en in parlementen over de hele wereld, zoals in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.