De tragedie van de commons was een artikel dat Garrett Hardin in 1968 in het tijdschrift Science publiceerde. Het beschrijft een probleem waarbij veel mensen met hun eigen ideeën iets dat ze allemaal delen kunnen verergeren, zelfs als niemand dat wil. Bijvoorbeeld, zelfs als niemand het water wil vervuilen omdat dat het ongezond maakt, kan het toch zo eindigen omdat zovelen het water willen gebruiken voor hun eigen redenen, zoals wassen en vuilnis weggooien. Elke persoon denkt dat zijn kleine beetje vervuiling van het water te klein is om de kwaliteit van het water aan te tasten, maar omdat er veel mensen zijn, wordt het water uiteindelijk zo vervuild dat bijna niemand het kan gebruiken om te drinken of zelfs maar te wassen. Dit kan gebeuren in sloppenwijken en andere overbevolkte plaatsen zoals vluchtelingenkampen.

Het idee was niet van Hardin, maar van ene William Forster Lloyd, die er in 1833 over schreef. In die tijd lieten herders vaak koeien grazen op gemeenschappelijke grond. Lloyd wees erop dat elke koe voordeel opleverde voor haar eigenaar, maar door overbegrazing het land van alle herders schade berokkende.

De tragedie van de commons wordt vaak gebruikt in moderne debatten over ecologie. Het is ook een onderwerp in de speltheorie.