Vóór de jaren 1980 werd bijna al het zetwerk voor uitgevers en adverteerders uitgevoerd door gespecialiseerde zetbedrijven. Deze bedrijven voerden het toetsenbordwerk, de bewerking en de productie van papier of film uit en vormden een groot onderdeel van de grafische industrie. In de Verenigde Staten waren deze bedrijven gevestigd op het platteland van Pennsylvania, New England of het Midwesten, waar de arbeid goedkoop was en het papier dichtbij werd geproduceerd, maar toch op enkele uren reizen van de grote uitgeverscentra.
In 1985 kwam desktop publishing beschikbaar, te beginnen met de Apple Macintosh, Aldus PageMaker (en later QuarkXPress) en PostScript. Verbeteringen in software en hardware, en snel dalende kosten, maakten desktop publishing populair en maakten zeer fijne controle van zetresultaten mogelijk tegen veel lagere kosten dan de op minicomputer gebaseerde systemen. Tegelijkertijd brachten tekstverwerkingssystemen zoals Wang en WordPerfect een revolutie teweeg in kantoordocumenten. Zij hadden echter niet de typografische capaciteit of flexibiliteit die nodig was voor complexe boeklay-out, grafische vormgeving, wiskunde of geavanceerde afbreek- en uitvulregels (H en J).
Tegen het jaar 2000 was dit industriesegment gekrompen omdat uitgevers nu in staat waren het zetwerk en het grafisch ontwerp op hun eigen interne computers te integreren. Velen vonden dat de kosten voor het handhaven van hoge normen voor typografisch ontwerp en technische vaardigheden het voordeliger maakten om een beroep te doen op freelancers en specialisten in grafisch ontwerp.
De beschikbaarheid van goedkope, of gratis, lettertypes maakte de omschakeling naar doe-het-zelf gemakkelijker, maar opende ook een kloof tussen ervaren ontwerpers en amateurs. De komst van PostScript, aangevuld met het PDF-bestandsformaat, zorgde voor een universele methode voor het proefdrukken van ontwerpen en lay-outs, leesbaar op de belangrijkste computer- en besturingssystemen.
SCRIPT-varianten
IBM creëerde en inspireerde een familie van zet talen met namen die afgeleid waren van het woord "SCRIPT". Latere versies van SCRIPT bevatten geavanceerde functies zoals het automatisch genereren van een inhoudsopgave en index, paginalay-out in meerdere kolommen, voetnoten, kaders, automatische woordafbreking en spellingscontrole.
SGML- en XML-systemen
SGML (Standard Generalized Markup Language) was gebaseerd op GML (IBM Generalized Markup Language). GML was een set macro's bovenop IBM SCRIPT.
De komst van SGML/XML als documentmodel maakte andere typesetting engines populair. Dergelijke engines zijn Datalogics Pager, Penta, Miles 33's OASYS, Xyvision's XML Professional Publisher (XPP), FrameMaker, Arbortext, YesLogic's Prince, QuarkXPress en Adobe InDesign. Met deze producten kunnen gebruikers hun zetproces rond SGML/XML programmeren met behulp van scripttalen. Sommige daarvan, zoals Arbortext Editor en XMetaL Author, bieden aantrekkelijke WYSIWYG-achtige interfaces met ondersteuning voor XML-standaarden en Unicode om een breder spectrum van gebruikers aan te trekken.
Troff en opvolgers
Midden jaren zeventig schreef Joseph Ossanna, werkzaam bij Bell Laboratories, het zetprogramma troff (gezegd als "tee-roff") om een Wang C/A/T-fototypeermachine van het lab aan te sturen; het werd later verbeterd door Brian Kernighan om uitvoer naar andere apparatuur zoals laserprinters en dergelijke te ondersteunen. Hoewel het gebruik ervan is afgenomen, wordt het nog steeds meegeleverd met een aantal Unix- en Unix-achtige systemen en is het gebruikt voor het zetten van een aantal belangrijke technische en computerboeken. Sommige versies, evenals een GNU work-alike genaamd groff, zijn nu open source.
TeX en LaTeX
Het systeem TeX, ontwikkeld door Donald E. Knuth aan het eind van de jaren 1970, is een ander wijdverbreid en krachtig geautomatiseerd zetsysteem dat hoge normen heeft gesteld, met name voor het zetten van wiskunde.