Een ecologische niche is het deel van het milieu waarin een soort past, en waaraan deze is aangepast. Een korte definitie van een niche in de biologie is de manier waarop een organisme in een plaats zijn brood verdient.
De term is echter op verschillende manieren gebruikt. Het is niet alleen een plaats, maar ook een manier van leven. Zo kunnen bijvoorbeeld grazers, insecteneters, aaseters en roofdieren allemaal hun verschillende levenswijze in hetzelfde bos beleven. Een nis kan door verschillende soorten op verschillende plaatsen worden bewoond, ook al 'verdienen ze hun brood' op ongeveer dezelfde manier. Zo zou de 'roofvogel die kleine zoogdieren eet' nis in grasland de torenvalk omvatten, maar in een eikenbos zou hij gevuld worden door de bosuil.
Het idee van een niche in de natuurgeschiedenis is oud: veel schrijvers merkten op dat dieren en planten leven op plaatsen waar ze goed zijn aangepast aan het leven. Het woord niche werd voor het eerst gebruikt in de biologie door de naturalist Roswell Johnson, maar in 1917 was Joseph Grinnell de eerste die het gebruikte in een onderzoeksprogramma. Later beschreef hij de niches van verschillende soorten. Grinnell was de eerste die het "uitsluitingsprincipe" aanbood waarbij slechts één soort op een bepaald moment een bepaalde niche kon bezetten.
Wetenschappers die de interacties tussen dieren en hun omgeving bestuderen, worden ecologen genoemd, en hun tak van wetenschap wordt ecologie genoemd. Een niche is een term die een positie of kans beschrijft waarin een of ander organisme goed past. Een ecologische niche is dus een plek in de natuur die gevuld wordt door een dier of plant, omdat die goed geschikt is om dit te doen.

