Twee objecten die om elkaar heen draaien, doen dat niet in absoluut cirkelvormige banen. De banen zijn vrijwel altijd elliptisch. Dus twee keer per omloop zijn ze het dichtst bij, en twee keer per omloop zijn ze het verste weg. Dit is duidelijk voor de aarde en de zon, maar het idee geldt veel breder.
Wanneer de twee lichamen dicht bij elkaar zijn, is het gravitatieveld sterker, en wordt het verstrijken van de tijd vertraagd. Bij pulsars wordt de tijd tussen de pulsen (of tikken) verlengd. Naarmate de pulserende klok langzamer door het zwakste deel van het veld reist, wint hij tijd terug. Dit is een relativistische tijdvertraging. Het is het verschil tussen wat men zou verwachten te zien als de pulsar met een constante afstand en snelheid rond zijn begeleider bewoog, en wat werkelijk wordt waargenomen.
Binaire pulsars zijn een van de weinige instrumenten waarover wetenschappers beschikken om bewijzen van gravitatiegolven te detecteren. Einsteins algemene relativiteitstheorie voorspelt dat twee neutronensterren zwaartekrachtgolven uitzenden als zij om een gemeenschappelijk massamiddelpunt draaien, waardoor de omloop-energie wordt weggevoerd en de twee sterren dichter naar elkaar toe trekken. Als de twee stellaire lichamen dichter bij elkaar komen, zal de ene pulsar vaak materie van de andere absorberen, waardoor een gewelddadig accretieproces ontstaat. Deze interactie kan het gas dat tussen de lichamen wordt uitgewisseld verhitten en röntgenstraling produceren die lijkt te pulseren, waardoor binaire pulsars soms röntgenstralingsbinaren worden genoemd. Deze stroom van materie van het ene stellaire lichaam naar het andere staat bekend als een accretieschijf. Milliseconde pulsars (of MSP's) creëren een soort "wind", die in het geval van binaire pulsars de magnetosfeer van de neutronensterren kan wegblazen en een dramatisch effect kan hebben op de pulsemissie.