Veldmaarschalk Douglas Haig, 1ste graaf Haig KT GCB OM GCVO KCIE ADC (geboren in Edinburgh, Schotland op 19 juni 1861, overleden in Londen op 29 januari 1928) was een Britse legergeneraal in de Eerste Wereldoorlog.
Hij was de hoogste commandant van de Britse strijdkrachten in Frankrijk van 1915 tot het einde van de oorlog. Hij leidde hen vooral tijdens de Slag om de Somme, de Derde Slag om Ieper (Passendale), het Lenteoffensief en het laatste Honderddaags Offensief.
Historici hebben vaak geruzied over de vraag of Haig een goede generaal was. In de jaren na de oorlog was hij populair. Na zijn dood schreven sommige historici en politici boeken met kritiek op Haig. Ze beweerden dat hij fouten maakte die tot veel slachtoffers onder de Britse troepen hebben geleid, vooral aan de Somme en in Passendale; hij heeft de bijnaam 'Slager Haig' of 'de Slager van de Somme' gekregen. Ook David Lloyd George, de premier tijdens de latere oorlogsjaren, was het niet eens met Haig. Een van de bekendste boeken waarin Haig werd bekritiseerd was het boek The Donkeys (1961) van Alan Clark. Dit staat bekend als de 'leeuwen geleid door ezels' opvatting: het idee dat Groot-Brittannië grote soldaten had maar slechte generaals.
Toch hebben sommige veteranen, en academische historici betoogd dat Haig een grote generaal was. John Bourne merkt bijvoorbeeld op dat Haig het leger heeft geholpen om nieuwe wapens en technologie te gebruiken. John Terraine stelt dat, terwijl het Britse leger veel mannen verloor, dit is niet verwonderlijk gezien de omvang van de gevechten, en andere landen verloren veel meer. Ook Gordon Corrigan stelt dat Groot-Brittannië, als percentage van de bevolking, de helft minder mensen heeft verloren in de oorlog dan Frankrijk en Duitsland.

