Camille Pissarro (10 juli 1830 - 12 november 1903) was een Franse impressionistische schilder. Hij werd geboren op Sint Tomas op de Maagdeneilanden. Pissarro stierf in Parijs.

Hij was de enige kunstenaar die zowel in de vorm van het Impressionisme als in de vorm van het Post-impressionisme exposeerde. Pissarro leerde van grote voorgangers, waaronder Gustave Courbet en Jean-Baptiste-Camille Corot. Later studeerde en werkte hij samen met Georges Seurat en Paul Signac toen hij op 54-jarige leeftijd de Neo-Impressionistische stijl aannam.

In 1873 hielp hij met het oprichten van een vereniging van vijftien aspirant-artiesten, waarbij hij de groep bij elkaar hield en de andere leden aanmoedigde. Kunsthistoricus John Rewald noemde Pissarro de "deken van de impressionistische schilders", niet alleen omdat hij de oudste van de groep was, maar ook "op grond van zijn wijsheid en zijn evenwichtige, vriendelijke en hartelijke persoonlijkheid". Cézanne zei: "Hij was een vader voor mij. Een man om te overleggen en een beetje zoals de goede Heer". Hij was ook een van Gauguin's mentoren. Renoir noemde zijn werk "revolutionair", door zijn artistieke uitbeeldingen van de gewone man. Pissarro stond erop om individuen te schilderen in een natuurlijke omgeving zonder "kunstgreep of grootsheid".

Pissarro is de enige kunstenaar die zijn werk op alle acht Parijse impressionistische tentoonstellingen heeft getoond, van 1874 tot 1886. Hij trad op als vaderfiguur voor de impressionisten en, in wisselende degressie, voor alle vier de grote postimpressionisten, waaronder Georges Seurat, Paul Cézanne, Vincent van Gogh en Paul Gauguin.