Decompressieziekte wordt veroorzaakt door bellen die zich vormen in het bloed en andere lichaamsdelen van mensen bij wie de druk rondom hen te snel afneemt. Deze bellen kunnen de bloedstroom blokkeren en de lichaamsdelen van zuurstof beroven, of de bellen kunnen schade veroorzaken door uitrekking, scheuring of druk op de getroffen delen. Decompressieziekte wordt ook wel de bochten genoemd.

 

Wat is decompressieziekte precies?

Decompressieziekte (DCS) is een aandoening die ontstaat wanneer opgeloste gassen — vooral stikstof — uit oplossing komen en kleine tot grotere gasbellen vormen in weefsels en bloedvaten. Dat gebeurt meestal na duiken, maar kan ook optreden bij andere situaties met snelle drukvermindering (bijvoorbeeld bij hoge-snelheidsvliegen zonder juiste decompressie of bij hyperbare geneeskunde). De ernst varieert van milde pijnlijke klachten tot levensbedreigende neurologische of cardiopulmonaire stoornissen.

Oorzaken en risicofactoren

  • Te snelle opstijging: afslaan van de duik en onvoldoende stops veroorzaken snelle drukdaling waardoor gassen uit oplossing komen.
  • Omitted decompression: het negeren of overslaan van benodigde decompressiestops.
  • Diepte en duiktijd: langere en diepere duiken verhogen de hoeveelheid opgelost gas.
  • Herhaalde duiken: onvoldoende oppervlakte-interval tussen duiken kan opstapeling van gas veroorzaken.
  • Persoonlijke factoren: uitdroging, oververmoeidheid, kou, overgewicht, roken, en leeftijd kunnen het risico verhogen.
  • Anatomische varianten: een persistente open verbinding tussen rechter- en linkerharthelft (bijv. patent foramen ovale, PFO) kan de kans vergroten dat veneuze bellen in de arteriële circulatie terechtkomen (arteriële gasembolie).

Symptomen

Symptomen kunnen binnen enkele minuten na het duiken optreden, maar ook pas uren later manifest worden (meestal binnen 24 uur). Ze zijn uiteenlopend; veelvoorkomende categorieën:

  • Type I (milde klachten): pijnlijke gewrichten of spieren (de ‘bochten’), huidklachten zoals jeuk, huiduitslag of huidknobbels, zwelling van lymfeklieren.
  • Type II (ernstige klachten): neurologische uitval (bijv. gevoelloosheid, tintelingen, spierzwakte, bewustzijnsverlies, coördinatieproblemen), ademhalingsproblemen, ernstige duizeligheid, paralyses en hartklachten door gasembolie.

Diagnose

De diagnose is meestal klinisch en gebaseerd op de anamnese (recent duiken, opstijgsnelheid, weglaten van stops) en de symptomen. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit:

  • algemeen lichamelijk onderzoek en neurologisch onderzoek;
  • beeldvorming (CT of MRI) bij vermoeden van neurologische betrokkenheid om andere oorzaken uit te sluiten en soms gasbellen te visualiseren;
  • precordiale of transcraniaal Doppler-onderzoek en echocardiografie voor detectie van bubbels of PFO.

Behandeling

Directe eerste hulp bij vermoeden van decompressieziekte:

  • geef 100% zuurstof via masker of beademing als beschikbaar;
  • houd de patiënt warm en in rust — minimale beweging voorkomt verplaatsing van bubbels naar vitale gebieden;
  • zorg voor adequate hydratatie (intravenous indien mogelijk) en zuurstoftoediening;
  • leg de patiënt plat of in comfortabele houding; bij bewustzijnsstoornissen afhankelijk van de situatie de veilige houding kiezen;
  • bel onmiddellijk medische hulp en vervoer naar een ziekenhuis met een hyperbare kamer (recompressiekamer).

Definitieve behandeling is recompressie in een hyperbare zuurstofkamer. Door de druk in de kamer te verhogen worden de gasbellen kleiner en kan hogere fractie zuurstof helpen de gaswisseling en genezing te bevorderen. De Amerikaanse Navy en andere instellingen hebben standaard behandelprotocollen (tables) die worden gevolgd afhankelijk van ernst en reactie op behandeling. Vroege behandeling geeft de beste prognose.

Preventie

  • plan duiken volgens geldende duiktabellen of een betrouwbaar duikcomputerprofiel;
  • houd je aan aanbevolen opstijgsnelheden en decompressiestops; maak altijd een veiligheidsstop (bijv. 3–5 minuten op 3–5 meter) na recreatieve duiken;
  • vermijd diepe of meerdere opeenvolgende duiken zonder voldoende oppervlakinterval;
  • zorg voor goede hydratatie, voldoende rust, en vermijd alcohol voor en na duiken;
  • bespreek met een arts als je een bekende PFO hebt, of als je eerder DCS hebt gehad—soms is extra beoordeling of interventie nodig voor duikactiviteiten.

Prognose en wanneer medische hulp inroepen

De uitkomst hangt sterk af van snelheid van herkenning en behandeling. Veel milde gevallen herstellen volledig met tijd en eventueel zuurstof. Ernstige gevallen (vooral met neurologische of cardiopulmonale betrokkenheid) kunnen blijvende schade of zelfs overlijden veroorzaken als ze niet snel behandeld worden. Raadpleeg direct medische hulp bij:

  • pijnlijke gewrichten of spieren na het duiken die niet verklaarbaar zijn;
  • duizeligheid, dubbelzien, gevoelloosheid, spierzwakte, ernstige ademhalingsproblemen of verwardheid;
  • alle symptomen die verergeren of niet verbeteren na zuurstof en rust.

Praktische adviezen voor duikers

  • duik binnen je training en ervaringsniveau;
  • gebruik betrouwbare duikapparatuur en -computers en controleer die voor elke duik;
  • duik nooit alleen en maak goede afspraken over duikplanning en noodprocedures;
  • als je recent reconstructieve of cardiothoracale ingrepen hebt gehad, of bekend bent met een PFO, overleg met een duikgeneeskundige voordat je weer gaat duiken.

Samengevat: decompressieziekte ontstaat door gasbellen die bij snelle drukafname in het lichaam ontstaan. Vroege herkenning, toediening van 100% zuurstof en snelle verwijzing naar een hyperbare faciliteit zijn essentieel voor een goed herstel. Preventie door zorgvuldig duikgedrag is de meest betrouwbare manier om de ziekte te voorkomen.