De Eddington-limiet of Eddington-luminositeit werd voor het eerst uitgewerkt door Arthur Eddington. Het is een natuurlijke limiet voor de normale lichtkracht van sterren. De evenwichtstoestand is een hydrostatisch evenwicht. Wanneer een ster de Eddington-limiet overschrijdt, verliest hij massa met een zeer intense, door straling aangedreven sterrenwind vanuit zijn buitenlagen.
De modellen van Eddington beschouwden een ster als een gasbol die door interne thermische druk tegen de zwaartekracht werd opgehouden. Eddington toonde aan dat stralingsdruk noodzakelijk was om instorting van de bol te voorkomen.
De meeste zware sterren hebben een helderheid die veel lager is dan de Eddington-luminositeit, zodat hun winden vooral door de minder intense lijnabsorptie worden aangedreven. De Eddington-limiet verklaart de waargenomen lichtkracht van accreterende zwarte gaten, zoals quasars.