Voordat de Aswandam werd gebouwd (1898-1902), was er eenmaal per jaar een overstroming van de Nijl. Deze overstroming voerde rijke sedimenten mee, die de grond vruchtbaar maakten. Egypte ligt in de woestijn, en landbouw is alleen mogelijk dicht bij de Nijl. In Ethiopië begint het regenseizoen met de overstromingen, die vroeger tussen mei en augustus plaatsvonden. In deze periode heeft de Blauwe Nijl vijf keer zoveel water als de Witte Nijl. Gedurende de rest van het jaar heeft de Witte Nijl bijna tweemaal zoveel water als de Blauwe Nijl. Deze gebeurtenis is zichtbaar in Aswan en begint in juni en bereikt zijn hoogtepunt in augustus. Het water bereikt de oostelijke monding van de Nijl ongeveer twee weken later.

De overstroming vindt altijd op hetzelfde moment plaats; in sommige jaren kan het een paar dagen eerder zijn, in andere een paar dagen later. Wat niet te voorspellen is, is de totale hoeveelheid water. Weinig water betekende droogte en hongersnood. Te veel water zou schade aan dammen en huizen veroorzaken.