De diskette (vaak kortweg floppy genoemd, voor de huidige standaard meestal de 3½-diskette) is een verwijderbaar magnetisch opslagmedium. Diskettes worden veelal gebruikt om informatie te verplaatsen tussen computers, laptops of andere apparaten. Sommige vroege digitale camera's, elektronische muziekinstrumenten en oudere computerspelconsoles maakten gebruik van diskettes. Diskettes worden in een diskettestation geplaatst om gegevens te kunnen lezen of opslaan; dat kan een intern station in een pc zijn of een extern, vaak via usb aangesloten, diskettestation.

Op diskettes wordt veel minder gegevens opgeslagen dan op een cd-rom of een USB-stick. De meest gebruikte 3½-inch schijf (High Density) kan 1,44 megabyte aan data bevatten, wat gewoonlijk voldoende is voor eenvoudige tekstdocumenten, configuratiebestanden of kleine programma's. Er bestonden ook varianten met ongeveer 720 KB (3½" Double Density) en een zeldzamere 2,88 MB (Extended Density) versie.

Geschiedenis en ontwikkeling

De floppydisktechnologie bestaat sinds het begin van de jaren zeventig. De eerste commerciële exemplaren waren grote 8-inch media, later gevolgd door 5¼-inch schijven in de jaren zeventig en vroege jaren tachtig, en uiteindelijk de compacte 3½-inch schijf die vanaf het midden van de jaren tachtig de standaard werd. Tijdens de jaren negentig verschenen ook alternatieven met veel grotere capaciteit. Een speciaal type diskette dat eind jaren '80 werd gemaakt kon 2,88 MB aan data opslaan, maar dat model werd niet populair. Grotere verwante opslagmedia die later op de markt kwamen waren onder andere de Zip drive en de Jaz drive, beide gemaakt door Iomega.

Typen en capaciteit

  • 8-inch — het oorspronkelijke formaat; capaciteiten en specificaties varieerden sterk in de loop van de tijd.
  • 5¼-inch — veel gebruikt in de vroege persoonlijke computers; typische capaciteiten waren onder meer 360 KB (Double Density) en 1,2 MB (High Density).
  • 3½-inch — de meest bekende en langere tijd de standaard. Bekende capaciteiten: 720 KB (DD), 1,44 MB (HD) en het minder gebruikte 2,88 MB (ED).

Capaciteit werd vaak aangeduid met afkortingen als DD (Double Density), HD (High Density) en ED (Extended Density). De daadwerkelijke bruikbare opslag kon per besturingssysteem en formattering iets verschillen.

Technologie en fysieke kenmerken

Een diskette bestaat uit een flexibele schijf met een magnetische coating, verpakt in een beschermend omhulsel. Bij de 3½-inch diskette zit een metalen schuifje dat de lees-/schrijfopening beschermt; bij oudere 5¼- en 8-inch schijven is de schijf bloot maar zit deze in een vierkante hoes. Belangrijke technische en gebruikskenmerken zijn:

  • Tracks en sectors — gegevens worden in sporen (tracks) en sectoren op de magnetische schijf georganiseerd.
  • Bestandssysteem — op diskettes werd veelal eenvoudige formattering zoals FAT12 gebruikt, geschikt voor kleine volumes.
  • Schijfcontroller — diskettestations communiceren met de computer via een diskettestuurkaart of via een USB-converter bij moderne externe stations.
  • Schrijfbeveiliging — schijven hebben een mechanische of schuifschakelaar (bij 3½") of een gleuf (bij 5¼") om schrijven te blokkeren en zo per ongeluk overschrijven te voorkomen.
  • Roterende snelheid en betrouwbaarheid — mechanische toleranties en magnetische eigenschappen zorgden voor relatief lage overdrachtsnelheden en grotere gevoeligheid voor storingen in vergelijking met latere opslagmedia.

Gebruik en toepassingen

In de jaren tachtig en negentig werden diskettes gebruikt voor onder meer:

  • distributie van software en updates,
  • opstart- of bootdisks (bijvoorbeeld voor installatie of herstel van een besturingssysteem),
  • back-ups van kleine bestanden en instellingen,
  • overdracht van gegevens tussen systemen zonder netwerkverbinding,
  • opslag van spel- en configuratiebestanden voor oudere consoles en instrumenten.

Door de beperkte capaciteit en toenemende eisen aan opslag werden diskettes geleidelijk verdrongen door media met hogere capaciteit en betrouwbaarheid, zoals USB flash drives, cd's, dvd's en later cloudopslag.

Compatibiliteit en modern gebruik

Veel modernere computers hebben geen ingebouwd diskettestation meer. Externe USB-floppydrives kunnen nog steeds worden gebruikt om oude diskettes te lezen, mits het besturingssysteem die drager herkent. Bij het overzetten van oude data is het belangrijk rekening te houden met mogelijke kopieerfouten, beschadigde sectoren of verouderde bestandsformaten.

Bewaren, levensduur en risico's

Diskettes zijn gevoelig voor fysieke en magnetische beschadiging. Factoren die de levensduur beïnvloeden:

  • temperatuur en vochtigheid (hoge temperaturen en vocht versnellen degradatie),
  • magnetische velden (bijvoorbeeld van luidsprekers of transformatoren),
  • mechanische slijtage en krassen op de magnetische laag,
  • verlies van smering of vervuiling van het oppervlak,
  • ouderdom van de magnetische laag (bij langdurige opslag kan de magnetische informatie vervagen).

Voor bewaren: bewaar diskettes rechtop, in de originele hoes of een beschermende verpakking, op een koele, droge plaats zonder sterke magnetische bronnen. Maak kopieën van belangrijke gegevens en controleer die kopieën op bruikbaarheid.

Einde van de productieketen en beschikbaarheid

Tegenwoordig zijn standaard diskettes en veel diskettestations uit de reguliere productie verdwenen. Dat gezegd hebbende, zijn gebruikte diskettes en nieuw-in-doos oude voorraad (new old stock) nog soms te koop via tweedehandsmarkten en gespecialiseerde leveranciers. Voor het overzetten van belangrijke historische data bestaan er ook professionele diensten die beschadigde of moeilijk leesbare diskettes kunnen redden.

Samengevat: de diskette was een cruciaal en veelgebruikt opslagmedium in de beginjaren van de persoonlijke computer. Hoewel ze door tragere, grotere en betrouwbaardere media vervangen zijn, blijft de diskette een belangrijk onderdeel van de computerhistorie en is kennis ervan relevant bij het behoud en migreren van oude data.