De Getae (Grieks: Γέται, enkelvoud Γέτης) was de naam die door de Grieken en Romeinen werd gegeven aan verschillende Thracische stammen die leefden in het gebied ten zuiden van de Beneden-Donau, in wat nu het noorden van Bulgarije is, en ten noorden van de Beneden-Donau, in Roemenië. Zij spraken de oude Thracische taal zoals hun buren, de Daciërs. Er was ook een tak van de Tyragetae aan de rivier de Dnjester, en twee stammen van Massagetae en Thyssagetae in Scythië. Veel geschiedschrijvers uit de 4e tot 6e eeuw na Christus noemden de Goten, die toen in hetzelfde gebied ten noorden van de Donau woonden, Getae.