In de economie is het bruto binnenlands product (BBP) hoeveel een plaats in een bepaalde tijd produceert. Het BBP kan worden berekend door de output (totale productie) binnen een land op te tellen.

Om het BBP van een land te vinden, telt men alle consumentenuitgaven (C), alle investeringen (I), alle overheidsuitgaven minus belastingen (G), en de waarde van de uitvoer minus de invoer (X - M) bij elkaar op. Dit blijkt uit de vergelijking:

{\displaystyle GDP=C+I+G+(X-M)}

Deze maatstaf wordt vaak gebruikt om na te gaan hoe gezond een land is; een land met een hoge waarde van het BBP kan een grote economie worden genoemd. De Verenigde Staten hebben het grootste BBP ter wereld. Duitsland heeft het grootste in Europa, Nigeria in Afrika en China in Azië.

Wanneer het BBP van een land twee opeenvolgende kwartalen negatief is, wordt het geacht in een recessie te verkeren. Dit is een ongezonde toestand voor het land.

Er zijn verschillende manieren om het BBP te berekenen. Het nominale BBP is de totale hoeveelheid geld die wordt uitgegeven aan alle goederen (nieuwe en finale) in een economie; het reële BBP (dat wordt gecorrigeerd voor prijsveranderingen) probeert dit getal echter te corrigeren voor inflatie. Als de prijzen bijvoorbeeld met 2% stijgen (wat betekent dat alles 2% meer kost) en het nominale BBP groeit met 5%, dan stijgt het reële BBP slechts met 3%.