Karolina Bock (1792–1872) — Zweedse actrice & directrice Dramatens elevskola
Karolina Bock (1792–1872): Zweedse actrice en directeur van Dramatens elevskola — invloedrijke docente, iconische karakterrollen en een indrukwekkende carrière van vijf decennia.
Karolina Sofia Bock (1792-1872) was een Zweedse danseres, actrice en zangeres. Ze werd later ook directeur van de beroemde theaterschool Dramatens elevskola en was een invloedrijke pedagoge in het 19e-eeuwse Zweedse theaterleven.
Karolina Bock werd geboren als Karolina Richter. Ze volgde haar opleiding aan de theaterschool Dramatens elevskola in Stockholm tussen 1806 en 1809, waar zij onder meer les kreeg van de directeur Sofia Lovisa Gråå. Veel van de meisjes die tussen 1804 en 1812 aan de school afstudeerden, toen Gråå directeur was, kregen later bekendheid in Zweden en werden in die tijd wel “de meisjes van Gråå” genoemd.
Na haar opleiding werkte Karolina aan verschillende kleinere podia, onder andere bij Djurgårdsteatern en Nya Komiska Teatern. In 1814 trad ze in dienst van het Royal Dramatic Theatre, waar ze gedurende bijna vijftig jaar actief bleef en uitgroeide tot een van de populairste en meest opvallende karakteractrices van het gezelschap.
Bock specialiseerde zich in komische karakters en vertolkte vaak rollen van oudere vrouwen. Ze kreeg zelden de grote heldinnen- of hoofdrollen, maar haar spel werd geroemd om vakmanschap, precisie en betrouwbaarheid: zij kende haar beperkingen en speelde die partijen met groot effect. Haar betrouwbaarheid betekende dat ze zelden zonder rol zat en dat regisseurs regelmatig op haar bouwden voor sterke bij- en karakterrollen.
Haar meest populaire en vaak genoemde rollen waren in onder andere Min tante Aurore, Bildhuggaren, Brodertvisten, Syrsan, Preciosa, Jane Eyre en Mäster Smith. Deze repertoirekeuze illustreert haar veelzijdigheid binnen komedie en karakterspel.
Karolina Bock was twee periodes directeur van Dramatens elevskola: van 1831 tot 1834 en opnieuw van 1841 tot 1856. Daarnaast gaf ze er les in declamatie en theatrale presentatie. Zij was de derde vrouw die leiding gaf aan deze school. Anne Marie Milan Desguillons was de eerste (in 1793-1800), al deelde zij dat directeurschap met haar man; Sofia Lovisa Gråå was de eerste die de functie zelfstandig bekleedde (in 1804–1812). In tegenstelling tot haar eigen leermeesteres stond Bock bekend als streng en veeleisend tegenover haar leerlingen. Die strengheid leidde uiteindelijk tot ongenoegen onder een deel van de studenten, wat ertoe leidde dat zij haar directeurschap moest neerleggen. Desondanks bleef zij lange tijd als actrice actief en trad nog tot 1863 op.
Privé was Karolina twee keer getrouwd. In 1813 trouwde ze met J.G. Svanberg, violist in de koninklijke kapel, en in 1826 hertrouwde ze met K.F. Bock, fluitist eveneens verbonden aan de koninklijke kapel. Uit haar gezin kwam onder anderen dochter Bertha Tammelin voort, die later zelf carrière maakte als actrice, zangeres, componiste en musicus en eveneens een rol vervulde in de muzikale en theatrale opleidingstradities van Zweden.
Als erkenning voor haar culturele verdienste werd Karolina Bock in 1857 onderscheiden met de medaille Litteris et Artibus. Haar lange carrière als uitvoerend kunstenaar en docent maakte haar tot een bekend figuur in de Zweedse theatergeschiedenis van de 19e eeuw.

Karolina Bock.
Zoek in de encyclopedie