Lithografie: techniek, geschiedenis en toepassingen
Lithografie is een planografische drukmethode waarbij het verschil tussen vet en water wordt benut. Ontwikkeld in 1796, toegepast in kunst en commercie, met varianten van steen tot offset.
Lithografie is een planografische druktechniek waarbij afbeelding en achtergrond zich op één vlak bevinden en het principe van water en olie wordt benut. Het woord zelf verwijst naar de Griekse wortels van steen en schrijven; zie ook de etymologie van λίθος. In algemene termen wordt lithografie omschreven als een drukmethode waarbij een glad oppervlak wordt gebruikt om inkt selectief over te brengen op papier.
Afbeeldingengalerij
10 AfbeeldingenWerking en materialen
De klassieke vorm werkt op een vlakke lithografische kalksteen: de kunstenaar tekent met een vettig materiaal op de geprepareerde steen, waarna niet-te-bedrukte delen worden behandeld met een waterhoudende oplossing zodat inkt alleen aan de vette delen hecht. Moderne varianten maken vaak gebruik van metalen platen in plaats van steen, bijvoorbeeld staal of aluminium; voorbeelden van zulke metalen ondergronden zijn staal en aluminium, terwijl de traditionele drager vaak lithografische kalksteen is.
- Voorbereiding van het vlak (steen of plaat).
- Tekenen of aanbrengen van vettige inkt/crayon.
- Behandeling met gom en chemische middelen om niet-bedekte delen waterhoudend te maken.
- Inktrollen en afdrukken op een vlakpers of moderne pers.
Geschiedenis en ontwikkeling
Lithografie werd rond 1796 ontwikkeld door Alois Senefelder als een relatief goedkope manier om teksten en toneeluitgaven te reproduceren. Vanaf de negentiende eeuw verspreidde de techniek zich snel naar beeldende kunst en reclame. Later ontstonden kleurvarianten zoals chromolithografie en, in de twintigste eeuw, offsetlithografie: een industriële aanpassing waarbij een rubberen blanket de inkt van de plaat naar het papier brengt, ideaal voor hoge oplagen.
Toepassingen en belang
Lithografie heeft zowel artistieke als commerciële toepassingen. In de kunstwereld biedt de methode kunstenaars de mogelijkheid om meerdere identieke afdrukken te maken, vaak in genummerde edities. Commercieel wordt lithografie gebruikt voor affiches, verpakkingen en drukwerk waar fijne details en grote oplages gewenst zijn. De techniek is bekend om zijn vermogen zachte tonen en subtiele texturen weer te geven, iets wat zowel kunstenaars als ontwerpers waardeerden.
Kenmerken en onderscheid
Belangrijke kenmerken zijn het planografische karakter (beeld en niet-beeld op hetzelfde vlak) en het gebruik van de onverenigbaarheid van water en vet om selectieve inkthechting te bereiken. Lithografie verschilt daardoor wezenlijk van reliëfdruk (zoals houtdruk) en intaglio (zoals etsen), waar het drukbeeld óf verhoogd óf verlaagd ten opzichte van het oppervlak ligt. Voor verdere algemene informatie over de techniek en toepassingen zie ook deze bron.
Samengevat is lithografie een veelzijdige, historisch belangrijke drukmethode die zich ontwikkelde van steen naar moderne metalen en offsetsystemen en die nog altijd wordt gebruikt voor zowel artistieke als commerciële doeleinden.
Inleiding
Lithografie maakte oorspronkelijk gebruik van een in was of een andere olieachtige substantie getekende afbeelding die op een lithografische steen werd aangebracht als medium om inkt op de gedrukte plaat over te brengen. Tegenwoordig wordt de afbeelding vaak gemaakt van polymeer dat op een flexibele aluminium plaat wordt aangebracht.
Het vlakke oppervlak van de plaat of steen is licht geruwd, of geëtst, en verdeeld in hydrofiele (= waterminnende) gebieden die een waterfilm aannemen en de vette inkt afstoten, en hydrofobe gebieden die water afstoten en inkt aannemen. De afbeelding kan rechtstreeks vanaf de steen of plaat worden afgedrukt (in dat geval wordt de afbeelding omgekeerd ten opzichte van de oorspronkelijke afbeelding) of kan worden gecompenseerd door overdracht op een flexibele plaat, gewoonlijk rubber, voor overdracht op het bedrukte voorwerp.
Dit proces verschilt van diepdruk of diepdruk, waarbij een plaat wordt gegraveerd, geëtst of gestippeld om holtes te maken die de drukinkt bevatten, en van houtsneden en boekdruk, waarbij inkt wordt aangebracht op de verhoogde oppervlakken van letters of afbeeldingen.
In de begindagen van de lithografie werd een glad stuk kalksteen gebruikt (vandaar de naam "lithografie" - "lithos" (λιθος) is het oude Griekse woord voor steen). Nadat de afbeelding op oliebasis op het oppervlak was aangebracht, werd een oplossing van Arabische gom in water aangebracht, waarbij de gom alleen hechtte aan het niet-oliehoudende oppervlak. Tijdens het drukken hechtte het water zich aan de Arabische gom en vermeed het de vette delen, terwijl de voor het drukken gebruikte oliehoudende inkt het tegenovergestelde deed.
Chromolithografie
Chromolithografie (kleurenlithografie) werd uitgevonden door Engelmann en zoon, die in 1837 een octrooi kregen. Daarna was het een kwestie van tijd voordat het tot volledige commerciële ontwikkeling kwam.
Door meer dan één steen te gebruiken, kunnen verschillende kleuren aan dezelfde foto worden toegevoegd. Elke kleur heeft een aparte steen nodig. De grote posters van kunstenaars als Alphonse Mucha en Toulouse-Lautrec zijn zo gemaakt. Voor ingewikkelde afbeeldingen kunnen twintig of meer stenen nodig zijn.
Gerelateerde artikelen
Auteur
AlegsaOnline.com Lithografie: techniek, geschiedenis en toepassingen Leandro Alegsa
URL: https://nl.alegsaonline.com/art/58446
Bronnen
- rmc.library.cornell.edu : rmc.library.cornell.edu
