Nadezjda Jakovlevna Mandelstam, geboren als Nadezjda Jakovlevna Hazin, (31 oktober 1899 in Saratov - 9 december 1980 in Moskou) was een Russische schrijfster en de vrouw van dichter Osip Mandelstam.
Ze groeide op in Kiev, waar ze kunst studeerde.
Zij trouwde in 1921 met Osip Mandelstam en woonde in Oekraïne, Sint-Petersburg, Moskou en Georgië. Osip schreef een gedicht over de Russische leider, genaamd Stalin Epigram. Het maakte de Russische regering woedend, en in 1934 werd hij gearresteerd, en moest hij in Cherdyn, regio Perm, en later in Voronezj gaan wonen. De regering van Rusland maakte vaak gebruik van interne ballingschap (het sturen van mensen naar kleine steden op honderden kilometers afstand van de grote steden) in plaats van mensen naar de gevangenis te sturen. Nadezjda ging in ballingschap met Osip.
Osip Mandelstam werd vrijgelaten, maar in 1938 opnieuw gearresteerd. Voordat de regering kon beslissen waar hij heen moest, stierf hij in een kamp bij Vladivostok.
Hierna woonde Nadezhda Mandelstam nooit lang op dezelfde plaats, en ze veranderde vaak van baan. Dit deed ze om zich te verbergen voor de NKVD (Russische Geheime Politie). Toen ze in Kalinin woonde, kwam de politie haar arresteren, maar ze was de dag ervoor naar een nieuw huis verhuisd.
Ze besloot haar leven lang alle gedichten van haar man te verzamelen en te publiceren, en de meeste gedichten leerde ze uit haar hoofd.
Na de dood van Stalin publiceerde Nadezjda Mandelstam het boek en mocht zij in 1958 terugkeren naar Moskou.
In 1979 schonk zij haar archieven (brieven, boeken en foto's) aan de Princeton Universiteit in de Verenigde Staten. Nadezhda Mandelstam overleed in 1980 in Moskou, 81 jaar oud.

