De Georgiërs zijn een oud volk. Hun hoofdstad Tbilisi werd gesticht rond 400 na Christus, na het einde van het Romeinse Rijk. West-Georgië maakte voor die tijd deel uit van het Romeinse Rijk. De Arabieren veroverden het in 635 na Christus. De cultuur bleef bestaan en ze floreerden door de handel. In de jaren 900 nam de invloed van de Arabieren in Kaukasië sterk af. In 1008 werd het Koninkrijk Georgië gevormd. Het was het belangrijkste land in de regio totdat de Mongolen in 1223 binnenvielen. Georgië maakte een eeuw lang af en toe deel uit van het Mongoolse rijk, tot in 1334 koning Giorgi V de macht overnam. In de jaren 1400 viel Georgië uiteen in verschillende vorstendommen. In de jaren 1500 vielen de Perzen van 1541-1544 vier keer Oost-Georgië binnen. In 1555 regeerden de koningen van Kartli bij testament van de Perzische sjahs.
In 1783 werd het verdrag van Georgievsk getekend tussen Catharina de Grote van Rusland en koning Heraclius II, waardoor Rusland de macht kreeg om Georgië te beschermen. In 1798 brandden de Perzen Tbilisi plat.
Van 1811 tot 1918 viel Georgië onder de tsaar van Rusland. Hun cultuur bleef intact. Van 1918 tot 1921 was Georgië onafhankelijk, daarna maakte het deel uit van de Sovjet-Unie.
In 1991 verklaarde Georgië zich onafhankelijk van de Sovjet-Unie. De pas opgerichte Republiek Georgië kende een bloedige burgeroorlog die resulteerde in de val van de allereerste president van Georgië, Zviad Gamsachurdia. Georgië was ook betrokken bij de oorlog in Abchazië. Tussen 1994 en 1995 was het slecht gesteld met de economie, maar Georgië zag de laatste jaren aanzienlijke verbeteringen. Nu heeft Georgië zich aangemeld bij de NAVO en de Europese Unie.
In 2008 was Georgië betrokken bij de oorlog in Zuid-Ossetië.