De Phoney War (ook wel Sitzkrieg of in het Frans drôle de guerre genoemd) is de benaming voor de maanden tussen de val van Polen in september 1939 en de grootschalige Duitse aanvallen in mei 1940 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een periode waarin, ondanks formele oorlogsverklaringen, op het Europees vasteland weinig grootschalige landoperaties plaatsvonden en de militaire situatie aan het Westfront grotendeels statisch bleef.
Waarom de naam en alternatieve aanduidingen
De term Phoney War (letterlijk: “nep‑oorlog”) beschrijft de tegenstelling tussen de verwachtingen van een snelle, beslissende oorlog en de realiteit van maandenlange relatieve rust aan het Westfront. In het Duits werd dezelfde periode vaak Sitzkrieg genoemd (zittende oorlog), in het Frans drôle de guerre (vreemde oorlog). De naam weerspiegelt ook de verbazing en ongerustheid bij het publiek en de pers over het gebrek aan grote veldslagen.
Militaire situatie aan het Westfront
Na de Poolse veldtocht bleven Groot‑Brittannië en Frankrijk formeel in oorlog met Duitsland en stuurden troepen naar het continent: de British Expeditionary Force (BEF) en Franse eenheden namen positie in achter de versterkte Maginot‑linie en langs de grens met België. De Fransen lanceerden in september 1939 een beperkte aanval in de Saar (de Saaroffensief), maar trokken zich daarna terug. Grootschalige offensieven waren er echter niet.
De Poolse regering en veel Poolse soldaten gingen in ballingschap; talrijke Polen sloten zich later bij de geallieerde legers aan. Canadese en andere Dominions‑troepen arriveerden in Groot‑Brittannië en begonnen met inlijving en training.
Zeestrijd en luchtactiviteiten
Op zee werden de eerste ernstige actiepunten zichtbaar: Duitse onderzeeërs vielen handelsschepen en konvooien aan, waarmee het begin van de Slag om de Atlantische Oceaan al merkbaar werd. De Royal Navy voerde mijnenleggingen en bevoorradingsoperaties uit; de geallieerde aanpak van de scheepvaart en de opbouw van konvooien namen in belang toe.
De Royal Air Force voerde patrouilles, verkenningsvluchten en beperkte bombardementen uit en liet op sommige momenten propagandafolders vallen boven vijandelijk gebied. Grootschalige luchtbombardementen op Duitsland die later kenmerkend werden, ontbraken in deze periode grotendeels.
Economische en diplomatieke gevolgen
Groot‑Brittannië en Frankrijk hadden snel veel wapens en munitie nodig en kochten op grote schaal bij Amerikaanse wapensfabrikanten. De Amerikaanse regering paste in deze tijd beleid toe dat de geallieerden aankopen mogelijk maakte (bijvoorbeeld via verkoop en het zogenoemde “cash‑and‑carry”‑principe). Het directe, grootschalige uitleensysteem dat later bekend zou worden als Lend‑Lease trad pas in 1941 in werking, maar de basis voor intensievere samenwerking en materiële steun was al gelegd.
Leven aan het thuisfront en publieke perceptie
In de oorlogvoerende landen leidde mobilisatie tot civiele maatregelen: evacuaties van kinderen uit steden, voorraden en voorbereiding op luchtaanvallen, censuur en propaganda. De periode van relatieve rust bracht tegelijk onzekerheid en routine: veel burgers verwachtten een beslissende veldslag, maar die bleef uit. De media gebruikte termen als “vreemde oorlog” om die ambivalente situatie te omschrijven.
Het einde van de Phoney War
De relatieve stilte eindigde toen Duitsland in april 1940 Denemarken en Noorwegen binnenviel en zo de geallieerde plannen in het noorden verstoorde. Kort daarna, op 10 mei 1940, lanceerde Duitsland een grootschalige aanval op België, Nederland en Frankrijk. Die invasies maakten een einde aan de Phoney War en begonnen de explosieve fase van de oorlog in West‑Europa.
Samenvattend: de Phoney War was een periode van gespannen afwachting, beperkte militaire actie en snelle herbewapening van de geallieerden. Hoewel er geen grote landoorlogen plaatsvonden op het Westfront, legde de periode de basis voor de economische en militaire strijd die in 1940 in volle hevigheid zou losbarsten.

