Pickett's Charge was een infanterie-aanval opgedragen door de Confederatie onder Generaal Robert E. Lee tegen de Maj. Gen. George G. Meade's Union posities op Cemetery Ridge. De aanval vond plaats op 3 juli 1863 en maakte deel uit van de derde en laatste dag van de Slag om Gettysburg tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.

Achtergrond en doel

Na mislukte aanvallen op de flanken van de Unie op 1 en 2 juli, wilde Lee het centrum van de Unie doorbreken en zo een beslissende overwinning afdwingen. Ondanks waarschuwingen van sommige van zijn officieren besloot Lee tot een frontale aanval. Lt. Gen. James Longstreet — die de uitvoerende leiding over de infanterie-aanval had — was sceptisch en geloofde dat de aanval weinig kans van slagen had.

De voorbereidingen en het artilleriebombardement

In de ochtend van 3 juli leidde de Confederatie een groot artilleriebombardement in de hoop de Union-linies op Cemetery Ridge te verzwakken. Dit artillerievuur, met honderden kanonnen betrokken, was bedoeld om de verdedigingen te vernietigen en loopgraven en schuilplaatsen bloot te leggen. In de praktijk had het bombardement beperkte effecten: veel projectielen misten hun doel, rook en stof bemoeilijkten de waarneming, en de Unie kon sommige kanonnen op korte termijn weer inzetten. Het artillerievuur werkte niet goed in de mate die de planners hadden gehoopt.

De infanterie-aanval (Pickett's Charge)

Rond het middaguur begonnen ongeveer 12.500 Confederale soldaten in negen infanteriebrigades aan hun mars over open terrein. Ze moesten driekwart mijl bloot terrein oversteken onder zwaar kanon- en geweervuur van Union-troepen. De aanval omvatte voornamelijk troepen onder leiding van generaal-majoor George Pickett en divisies die Longstreet en andere commandanten leverden. Een deel van de aanvallers wist de lage stenen muur (de zogenaamde "copse of trees" en de muur bij Cemetery Ridge) te bereiken; Brigadier-general Lewis Armistead slaagde er beroemdelijk in om tot achter de muur door te breken. Dit diepste punt van de aanval werd later het hoogwaterteken van de Confederatie genoemd.

Verliezen en onmiddellijke nasleep

De aanval mislukte in het vasthouden van doorbraken en de Confederates werden uiteindelijk teruggedrongen. De verliezen aan Confederale zijde waren zwaar: van de ongeveer 12.500 aanvallers vielen naar schatting meer dan de helft uit door doden, gewonden of gevangenschap — ruwweg 6.000 à 7.000 slachtoffers volgens veel schattingen. De Union-verliezen waren aanzienlijk kleiner. Deze nederlaag maakte een einde aan de drie dagen durende strijd bij Gettysburg en beëindigde Lee's invasie van Pennsylvania. Kort daarna trok het Army of Northern Virginia zich terug richting Virginia.

Betekenis en herinnering

Pickett's Charge wordt vaak genoemd als het keerpunt van de Slag om Gettysburg en als symbool voor het mislukken van Lee's strategie om in het noorden door te breken. De aanval illustreert de risico's van frontale charges tegen goed ingestelde verdedigingen en het belang van vuursteun, terrein en coördinatie. Jaren later, toen majoor George Pickett werd gevraagd waarom zijn aanval mislukte, antwoordde hij droog: "I have always thought the Yankees had something to do with it." Deze uitspraak wordt vaak aangehaald met een mengeling van droefheid en ironie.

Historische en culturele nasleep

Gettysburg en met name Pickett's Charge zijn uitgebreid bestudeerd door historici en zijn onderwerp van vele gedenktekens, schilderijen en herdenkingen. De plek van het hoogwaterteken is een van de meest bezochte locaties op het Gettysburg National Military Park en blijft een belangrijk symbool in de Amerikaanse herinnering aan de Burgeroorlog.