Plasmodesma (meervoud: "plasmodesmata") is een microscopisch klein kanaaltje door de celwand van een plantencel. Het vormt een directe verbinding tussen het cytoplasma van naburige cellen en maakt zo transport en communicatie mogelijk. Plasmodesmata komen algemeen voor in landplanten en zijn ook onafhankelijk geëvolueerd in sommige algen.
Structuur
Een plasmodesma is geen eenvoudig buisje maar een complexe, gefijnstructureerde doorgang. De belangrijkste onderdelen zijn:
- Plasmamembraan: de plasmalemma van twee aangrenzende cellen is continu door het plasmodesma en vormt een lipidendubbellaag binnen het kanaal.
- Desmotubule: een smalle, sterke verbinding van het endoplasmatisch reticulum (ER) die door het centrum van het plasmodesma loopt en de ER's van beide cellen verbindt. De desmotubule is meestal zeer gedicht en doorlaat weinig materie.
- Cytoplasmatische mouw (cytoplasmic sleeve): de ruimte tussen desmotubule en plasmamembraan waar het grootste deel van het verplaatsbare materiaal passeert. Deze ruimte kan variëren in breedte en is belangrijk voor gereguleerd transport.
Plasmodesmata kunnen enkele, eenvoudige buisjes (simple) of vertakt/complex (branched) zijn en clusteren vaak in pit fields (gebieden met meerdere plasmodesmata). De diameter en vorm kunnen sterk variëren afhankelijk van weefseltype en ontwikkelingsstadium.
Functie
Plasmodesmata vervullen meerdere functies in planten:
- Transport van water, ionen en kleine metabolieten (bijv. suikers en aminozuren) tussen cellen; kleine opgeloste stoffen kunnen vaak vrij passeren.
- Gereguleerd transport van grotere macromoleculen zoals eiwitten, RNA (mRNA en kleine RNA's) en signaalmoleculen die ontwikkeling en fysiologie sturen.
- Symplasmische verbinding voor coördinatie van cellulaire activiteit binnen weefsels en organen (bijv. bij morfogenese en patroonvorming).
- Belangrijke rol bij phloemtransport en het beladen/ontladen van suikers in sink- en source-cellen.
Het vermogen van een plasmodesma om grotere deeltjes doorgang te verlenen wordt beschreven met de size exclusion limit (SEL). Deze limiet wordt doorgaans opgegeven in kilodalton (kDa) of in nanometers en kan dynamisch veranderen.
Regulatie
Plasmodesmata zijn dynamisch en kunnen hun opening en doorlaatbaarheid aanpassen. Belangrijke mechanismen:
- Callose-afzetting: depositie van beta-1,3-glucaan (callose) rond de hals van plasmodesmata verkleint de cytoplasmatische mouw en beperkt transport. Callose wordt gesynthetiseerd door callose-synthasen en afgebroken door beta-1,3-glucanases, waardoor regulatie snel kan verlopen.
- Wijzigingen in de structuur van de desmotubule en aanhechting van eiwitten kunnen de doorgang beïnvloeden.
- Signaaltransductie (hormonen, stress- en ontwikkelingssignalen) kan plasmodesmatische permeabiliteit moduleren, waardoor cellulaire communicatie context-afhankelijk wordt.
Ontwikkeling en typen
- Primaire plasmodesmata ontstaan tijdens de cytokinese wanneer nieuw celwandmateriaal wordt gevormd en ER ingesloten raakt; deze verbinden dochtercellen vanaf het begin.
- Sekundaire plasmodesmata kunnen later in bestaande celwanden gevormd worden door lokale remodellering van de celwand en invoeging van een membraansluiting.
- Plasmodesmata verschillen per weefsel: meristemen hebben vaak veel en permeabele verbindingen voor snelle communicatie, terwijl beschermende of houtige weefsels minder of streng gereguleerde verbindingen hebben.
Interactie met ziekteverwekkers
Veel plantenziekten maken gebruik van plasmodesmata. Plantaardige virussen coderen vaak movement proteins die de SEL vergroten of het plasmodesma tijdelijk openen, zodat virale nucleïnezuren zich van cel naar cel kunnen verspreiden. Sommige bacteriële en schimmel-effectoren verstoren ook plasmodesmatische functie om infectie te bevorderen of de plantrespons te moduleren.
Vergelijking met dierlijke cellen en stromulen
In tegenstelling tot dierlijke cellen is elke plantencel omgeven door een polysaccharide celwand, en naburige plantencellen worden daardoor gescheiden door een paar celwanden. Hoewel celwanden doorlaatbaar zijn voor kleine opgeloste moleculen, maken plasmodesmata een direct, gereguleerd, intercellulair transport van stoffen tussen cellen mogelijk. Dierlijke cellen gebruiken in plaats daarvan vaak gap junctions — kleinere, op ionen en kleine metabolieten gerichte kanalen — voor snelle elektrische en chemische koppeling.
Vergelijkbare structuren verbinden dierlijke cellen. Stromulen vormen zich tussen plastiden in plantencellen.
Onderzoeksmethoden
Plasmodesmata worden bestudeerd met een combinatie van technieken:
- Elektronenmicroscopie (transmissie-EM, elektrontomografie) voor hoge-resolutiestructuur, inclusief desmotubule en nek-regio's.
- Fluorescentietracers en plantaardige GFP-fusies om symplasmische transportcapaciteit en bewegelijkheid in levende weefsels te volgen (bijv. fluorescent dye loading, FRAP).
- Moleculaire biologie en genetica om eiwitten te identificeren die plasmodesmata vormen of reguleren (bijv. callose-synthasen, movement proteins).
Evolutie en betekenis
Plasmodesmata zijn essentieel voor de modulaire en multicellulaire organisatie van planten: ze maken geïntegreerde weefselfuncties mogelijk ondanks de aanwezigheid van celwanden. De onafhankelijke evolutie van plasmodesmata-achtige structuren in sommige algen wijst op sterke selectie voor intracellulaire communicatie waar multicellulariteit optreedt.
Samenvattend: plasmodesmata zijn gespecialiseerde, dynamische doorgangen door de celwand die elektrische, metabolische en informatie-uitwisseling tussen plantencellen mogelijk maken. Hun regulatie via bijvoorbeeld callose-afzetting en hun exploiteren door virussen onderstrepen hun centrale rol in plantengroei, ontwikkeling en ziekte.


