Polysacchariden zijn relatief complexere koolhydraten.

Het zijn polymeren die bestaan uit vele monosachariden. Het zijn zeer grote, vaak vertakte, moleculen. Zij hebben de neiging amorf te zijn, zijn onoplosbaar in water en hebben geen zoete smaak.

Wanneer alle samenstellende monosachariden van hetzelfde type zijn, spreekt men van homopolysachariden; wanneer meer dan één type monosacharide aanwezig is, spreekt men van heteropolysachariden.

Voorbeelden zijn opslagpolysachariden zoals zetmeel en glycogeen en structurele polysachariden zoals cellulose en chitine.