Priesterschap van alle gelovigen uitgelegd: protestants vs. rooms-katholiek
Vergelijking van priesterschap: protestants vrij priesterschap van gedoopten vs. rooms-katholiek ambtelijk priesterschap. Duidelijke uitleg, geschiedenis en theologische verschillen.
In het christendom bestaan verschillende opvattingen over wie een priester kan zijn. Protestanten benadrukken het principe van het priesterschap van alle gelovigen: zij geloven dat iedere gedoopte gelovige in direct contact met God kan treden en geestelijke taken kan vervullen. Ordinatie is bij veel protestantse kerken geen onmisbare voorwaarde om in pastoraal of leidinggevend werk te dienen; voorgangers worden vaak "predikanten" genoemd. De precieze regels verschillen per gemeente en traditie — sommige denominaties laten vrouwen toe in het ambt, andere niet — en in praktijk varieert de betekenis van "priester" en "predikant" tussen stromingen.
De rooms-katholieke leer maakt een duidelijk onderscheid tussen het algemeen (of "gemeenschappelijk") priesterschap van alle gedoopten en het ambtelijk priesterschap van gewijde priesters. In tegenstelling tot veel protestantse tradities beweert de rooms-katholieke kerk dat alleen mannen tot het priesterschap kunnen worden gewijd en dat gewijde priesters een bijzondere opleiding en wijding ontvangen omdat zij sacramenteel bemiddelen tussen God en de gelovigen. Paus Paulus VI promulgeerde in 1964 tijdens het Tweede Vaticaans Concilie de constitutie Lumen Gentium, waarin de kerk haar visie op het priesterschap toelichtte:
Christus de Heer, Hogepriester uit de mensen, heeft het nieuwe volk "een koninkrijk en priesters tot God de Vader" gemaakt. De gedoopten worden door de wedergeboorte en de zalving van de Heilige Geest gewijd (...) een heilig priesterschap, opdat zij door al die werken die van de christelijke mens zijn, geestelijke offers kunnen brengen en de kracht van Hem die hen uit de duisternis in zijn wonderbaarlijke licht heeft geroepen, kunnen verkondigen.
Bijbelse en historische achtergrond
Het idee van een algemeen priesterschap vindt zijn wortels deels in bijbelteksten zoals 1 Petrus 2:9 ("maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters...") en Openbaring 1:6. Tijdens de Reformatie benadrukten hervormers als Maarten Luther deze gedachte als antwoord op het middeleeuwse clericalisme: alle gedoopten hebben directe toegang tot God en kunnen hun geloof beleven en getuigenis geven. Tegelijk ontwikkelden kerken verschillende opvattingen over de noodzaak en functie van ambtelijke wijding.
Algemeen priesterschap versus ambtelijk priesterschap
- Algemeen priesterschap: het inzicht dat alle gedoopte gelovigen tot deelname aan Gods dienst en tot lof en gebed geroepen zijn. Dit betekent niet per se dat alle taken in een eredienst identiek zijn, maar wel dat alle gelovigen een roeping en verantwoordelijkheid hebben.
- Ambtelijk (ministerieel) priesterschap: in de rooms-katholieke en orthodoxe tradities wordt aan gewijde priesters een bijzondere, sacramentele bevoegdheid toegekend — bijvoorbeeld het celebreren van de eucharistie en het verlenen van sacramentele absolutie — op basis van de apostolische opvolging en de toediening van het Sacramento van het Heilig Orden.
Wie mogen priester worden?
De antwoorden variëren sterk:
- In veel protestantse kerken zijn zowel mannen als vrouwen tot het ambt toegelaten; in sommige tradities is het ambt vooral functioneel en minder sacramenteel van aard.
- De rooms-katholieke Kerk handhaaft dat alleen mannen kunnen worden gewijd tot het priesterschap. Deze positie werd later opnieuw benadrukt in documenten zoals Ordinatio Sacerdotalis (1994), waarin paus Johannes Paulus II uit kracht van leergezag stelde dat de Kerk geen bevoegdheid heeft om vrouwen te wijden.
- Er bestaan uitzonderingen binnen de oosters-katholieke kerken waar gehuwde mannen tot priesters kunnen worden gewijd; in de Latijnse (rooms-katholieke) ritus geldt doorgaans het celibaat voor priesters.
Praktische gevolgen in eredienst en pastoraat
Hoe het priesterschap geïnterpreteerd wordt, bepaalt ook de praktijk:
- In katholieke liturgie is de priester de celebrant van de eucharistie en treedt hij op "in persona Christi" (in de persoon van Christus), wat bij protestanten doorgaans anders wordt opgevat.
- In vele protestantse gemeenten nemen predikanten en laïeken samen verantwoordelijkheid voor lezen van de Schrift, preken, pastorale zorg en missionaire taken.
- De toegang tot biecht, zegeningen en bepaalde sacramentele handelingen kan in katholieke en sommige orthodoxe kerken beperkt zijn tot gewijde priesters, terwijl protestantse tradities vaak een directer pastorale band en minder sacramentele exclusiviteit hanteren.
Hedendaagse discussie en oecumenische context
De verhouding tussen het algemeen en het ambtelijk priesterschap blijft onderwerp van theologisch en maatschappelijk debat. Ecumenische gesprekken tussen katholieken, orthodoxen en verschillende protestantse kerken proberen elkaar beter te verstaan: men bespreekt zowel de betekenis van apostoliciteit en wijding als de rol van vrouwen, de gehuwde toestand van priesters en gezamenlijke bediening. Veranderingen lopen traag en zijn afhankelijk van theologische, historische en institutionele overwegingen.
Samengevat: het priesterschap van alle gelovigen benadrukt de roeping en verantwoordelijkheid van iedere gedoopte om actief deel te nemen aan het geestelijk leven en de missie van de kerk. Protestantse tradities leggen vaak de nadruk op deze algemene roeping en geven ruime ruimte aan leken in bediening en leiding. De rooms-katholieke traditie erkent dat algemene priesterschap, maar handhaaft daarnaast een speciaal ambtelijk priesterschap met sacramentele functies en specifieke voorwaarden voor wijding.
Geschiedenis
De eerste persoon die hierover sprak was Martin Luther. Luther gebruikte niet de exacte uitdrukking "priesterschap van alle gelovigen". Hij zegt dat er een algemeen priesterschap in het christendom bestaat in zijn 1520 aan de christelijke adel van de Duitse natie. In deze tekst verwerpt hij ook de middeleeuwse opvatting dat de christenen in het huidige leven in twee klassen moeten worden verdeeld: "geestelijk" en "seculier". Hij stelt de leer voor dat alle gedoopte christenen in de ogen van God "priesters" en "geestelijk" zijn:
Dat de paus of bisschop (...) zich anders kleedt dan leken, een hypocriet of een idolaat in olieverf geschilderde icoon mag maken, maar het maakt op geen enkele manier een christelijk of geestelijk mens. In feite zijn we allemaal gewijde priesters door het doopsel, zoals de heilige Petrus in 1 Petrus 2[:9] zegt: "U bent een koninklijk priesterschap en een priesterlijk koninkrijk," en Openbaring [5:10]: "Door uw bloed hebt u ons tot priesters en koningen gemaakt".
Twee maanden later schreef Luther in zijn Over de Babylonische Gevangenschap van de Kerk (1520):
Hoe kan het dan dat zij gedwongen worden toe te geven dat wij allen evenveel priesters zijn als wij gedoopt zijn, en dat wij op deze manier werkelijk zijn; terwijl zij alleen het ministerie (ministium Predigtamt) zijn toegewijd en door ons zijn toegestemd (nostro consensu)? Als ze dit erkennen zouden ze weten dat ze geen recht hebben om macht over ons uit te oefenen (ius imperii, in wat niet aan hen is toegewijd), behalve voor zover we het hen hebben toegekend, want zo staat er in 1 Petrus 2: "U bent een uitverkoren ras, een koninklijk priesterschap, een priesterlijk koninkrijk". Op deze manier zijn we allemaal priesters, evenveel van ons als christenen. Er zijn inderdaad priesters die we predikanten noemen. Ze zijn uitverkoren uit ons midden, en die doen alles in onze naam. Dat is een priesterschap dat niets anders is dan het ambt. Dus 1 Korintiërs 4:1: "Niemand moet ons als iets anders beschouwen dan dienaren van Christus en verdelers van de geheimen van God".
Het Bijbelwoord dat als de basis van dit geloof wordt beschouwd is de Eerste Brief van Petrus, 2:9:
Maar zo ben je niet, want je bent een uitverkorene. Jullie zijn koninklijke priesters, een heilige natie, Gods eigen bezit. Daardoor kun je anderen de goedheid van God laten zien, want Hij riep je uit de duisternis naar zijn wonderbaarlijke licht.
Vragen en antwoorden
V: Wie kan priester worden in het protestantisme?
A: Protestanten geloven dat elke gedoopte gelovige priester kan worden, hoewel denominaties kunnen verschillen, afhankelijk van de kwestie van het geslacht.
V: Welke term wordt in het protestantisme gebruikt voor ongewijde priesters?
A: Ongewijde priesters in het protestantisme worden over het algemeen "predikers" genoemd, en de term "pastoor" kan door elkaar worden gebruikt.
V: Wie kan priester worden in het rooms-katholicisme?
A: In het rooms-katholicisme kunnen alleen mannelijke gelovigen priester worden.
V: Wat voor opleiding moeten rooms-katholieke priesters krijgen?
A: Rooms-katholieke priesters moeten een speciale opleiding krijgen omdat zij bemiddelen tussen God en Zijn volk.
V: Wanneer vaardigde paus Paulus VI de pauselijke bul Lumen Gentium uit?
A: Paus Paulus VI vaardigde de pauselijke bul Lumen Gentium uit in 1964.
V: Wat verklaarde paus Paulus VI in Lumen Gentium?
A: In Lumen Gentium stelde paus Paulus VI dat Christus het nieuwe volk heeft gemaakt tot "een koninkrijk en priesters voor God de Vader", en dat door de doop en de zalving van de Heilige Geest gedoopte personen worden ingewijd tot een heilig priesterschap, zodat zij geestelijke offers kunnen brengen en de kracht kunnen verkondigen van Hem die hen uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaarlijk licht.
Zoek in de encyclopedie