Paus Pius IX (Latijn: Pius PP. IX, Italiaans: Pio IX; 13 mei 1792 - 7 februari 1878), geboren als Giovanni Maria Mastai-Ferretti, was een Italiaanse priester van de Rooms-Katholieke Kerk en de 256e paus, van 1846 tot zijn dood. Alleen de heilige Petrus zelf leidde de kerk langer dan de bijna 32-jarige regeerperiode van Pius IX.

In 2000 werd hij zalig verklaard, wat een stap is in het proces om een heilige van de katholieke kerk te benoemen.

Leven vóór het pontificaat

Giovanni Maria Mastai-Ferretti werd geboren in Senigallia (Ancona) in een adellijke Italiaanse familie. Hij volgde een kerkelijke opleiding en bekleedde enkele belangrijke ambten binnen de kerkelijke hiërarchie voordat hij tot paus werd gekozen. In de jaren voorafgaand aan zijn verkiezing werkte hij in pastorale en bestuurlijke functies en maakte hij naam als een man van persoonlijke eenvoud en devotie.

Hoogtepunten van zijn pontificaat

  • Langste regering in de moderne tijd: Zijn pontificaat (1846–1878) behoort tot de langste in de geschiedenis van de Kerk in de moderne tijd.
  • Onfeilbaarheid en het Eerste Vaticaans Concilie: Pius IX riep het Eerste Vaticaans Concilie bijeen (1869–1870). Dit concilie definieerde onder meer het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid wanneer de paus ex cathedra spreekt over geloof en zeden.
  • Dogma van de Onbevlekte Ontvangenis: In 1854 proclameerde hij de Onbevlekte Ontvangenis van Maria als officieel dogma van de Kerk, een belangrijk moment voor mariale devotie binnen het katholicisme.
  • Syllabus van de fouten: In 1864 publiceerde hij de Syllabus errorum (Lijst van fouten), een document waarin hij bepaalde moderne opvattingen zoals secularisme en bepaalde vormen van liberalisme afwees.
  • Verlies van de pauselijke wereldlijke macht: Zijn pontificaat viel samen met de Italiaanse eenwording (Risorgimento). In de loop van de jaren verloor de Kerk praktisch gezien de meeste Pauselijke Staten; in 1870 werd Rome door Italiaanse troepen ingenomen en vanaf dat moment leefde Pius IX grotendeels als de zogeheten “gevangene in het Vaticaan”.

Pastorale en kerkelijke initiatieven

Pius IX zette zich in voor versterking van katholieke devoties en de organisatie van de Kerk. Onder zijn pontificaat werden nieuwe congregaties en missionaire activiteiten gesteund, en werd veel aandacht besteed aan de vorming van geestelijken. Hij bevorderde ook sociale en liefdadigheidswerken, zoals instellingen voor armen en wezen.

Controverses en kritiek

Het pontificaat van Pius IX is zowel geroemd als bekritiseerd. Enkele aandachtspunten:

  • Het Syllabus en verhouding tot moderniteit: Critici zagen in de Syllabus een afwijzing van moderniteit en van burgerlijke vrijheden; aanhangers benadrukten dat het document bedoeld was de leer van de Kerk te verduidelijken tegenover toenemende scheiding tussen Kerk en staat.
  • De Mortara-affaire: Een van de meest besproken incidenten was de zogenoemde Mortara-affaire (1858), waarbij een Joods gezin het verlies van hun zoon ervoer nadat deze naar katholieke normen zou zijn gedoopt en door kerkelijke autoriteiten uit het gezin werd gehaald. Deze zaak veroorzaakte internationaal protest en blijft een beladen onderwerp in de beoordeling van zijn regering.
  • Relatie met nationale bewegingen: Zijn houding tegenover Italiaanse nationalistische bewegingen en sekularisatie werd door veel contemporains als conservatief en reactionair ervaren.

Zaligverklaring en nalatenschap

Pius IX werd op 3 september 2000 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. De zaligverklaring werd door voorstanders gezien als erkenning van zijn deugden en van zijn inzet voor de Kerk. Tegenstanders wezen op de omstreden aspecten van zijn beleid en beslissingen.

Historici en gelovigen beoordelen zijn pontificaat verschillend: sommigen prijzen zijn theologische bijdragen en zijn toewijding aan de Kerk, anderen benadrukken de politieke en sociale gevolgen van zijn conservatieve uitgangspunten in een tijd van snelle veranderering in Europa. Zijn lange regering en de beslissingen die toen werden genomen hebben onmiskenbaar invloed gehad op de verdere loop van de moderne katholieke Kerk en op de verhouding tussen Kerk en staat in Europa.