Prudence Crandall (3 september 1803 - 28 januari 1890) was een Amerikaanse onderwijzeres en een vroege voorvechtster van gelijke onderwijskansen voor zwarte meisjes. Ze werd geboren in een gezin van Quakers en kreeg zelf onderwijs aan de New England Friends' Boarding School in Providence, Rhode Island. In oktober 1831 opende ze een particuliere meisjesschool in Canterbury, Connecticut. Toen in 1833 een Afrikaans-Amerikaans meisje tot de school werd toegelaten, eisten de ouders van sommige witte leerlingen dat het meisje werd weggestuurd. Crandall weigerde dat en besloot in april 1833 een speciale school te openen voor Afro-Amerikaanse meisjes om hen onderwijs te geven dat ze elders niet konden krijgen.

Rechtszaak en vervolging

De reactie van veel plaatselijke inwoners was fel. De wetgevende macht in Connecticut nam in dat jaar een wet aan die — in de taal van toen — de komst van uit andere staten afkomstige zwarte studenten naar particuliere scholen bemoeilijkte en strafbaar maakte. Deze zogenoemde "Zwarte Wet" maakte het illegaal om een school te openen die Afrikaans-Amerikaanse leerlingen uit een andere staat onderwees zonder toestemming. Crandall werd meerdere keren gearresteerd, berecht en zelfs veroordeeld; ze bracht korte tijd in de gevangenis door. Later draaide een hoger gerechtshof de eerdere beslissing terug en oordeelde in haar voordeel.

Tegelijk bleven de vijandigheid en bedreigingen aanhouden: buren vielen haar lastig, de ruiten van de school werden ingeslagen en Crandall vreesde voor de veiligheid van haar leerlingen. Door die constante intimidatie en de onmogelijkheid om veilige omstandigheden te garanderen sloot ze de school in 1834.

Latere leven en nalatenschap

Crandall trouwde met de Baptisten en de abolitionist Calvin Philleo. In 1835 verliet het echtpaar met hun drie kinderen Connecticut en verhuisde naar de boerderij van Philleo in de staat New York. Later vestigden ze zich in Illinois, waar Crandall opnieuw onderwijs gaf — deze keer vanuit haar huis — en waar ze ook deelnam aan activiteiten voor vrouwenrechten. Na de dood van Philleo in 1874 verhuisde Prudence naar Kansas om bij haar broer te gaan wonen. In 1886 kende de wetgever van Connecticut haar een kleine pensioen toe als erkenning van haar verdiensten. Crandall overleed op 28 januari 1890 en werd in Kansas begraven.

Haar voormalige schoolgebouw in Canterbury is gerestaureerd en functioneert nu als het Prudence Crandall Museum; het gebouw en Crandalls verhaal worden daar bewaard en uitgelicht. In 1995 werd Crandall door de staat erkend als staatsheldin van Connecticut. Haar inzet wordt gezien als een vroeg voorbeeld van burgerlijk verzet tegen rassenscheiding in het onderwijs en als inspiratie voor latere bewegingen voor burgerrechten en gelijke kansen in Amerika.