Boris Leonidovitsj Pasternak (10 februari [O.S. 29 januari] 1890 - 30 mei 1960) was een Russisch dichter, romanschrijver en literair vertaler. Zijn ouders waren Joodse Oekraïners. In zijn geboorteland Rusland is Pasternaks bundel Mijn zuster, het leven een van de meest invloedrijke bundels die ooit in de Russische taal zijn gepubliceerd. Bovendien zijn Pasternaks vertalingen van toneelstukken van Goethe, Schiller en Shakespeare zeer populair bij het Russische publiek.
Buiten Rusland is Pasternak vooral bekend als schrijver van Dokter Zjivago, een roman die zich afspeelt tussen de Russische Revolutie van 1905 en de Tweede Wereldoorlog. Vanwege zijn onafhankelijke houding tegenover de socialistische staat werd Dokter Zjivago in de USSR niet gepubliceerd. Het typoscript van Dokter Zjivago werd het land uit gesmokkeld naar Milaan en gepubliceerd in 1957.
Pasternak kreeg het jaar daarop de Nobelprijs voor Literatuur, een gebeurtenis die de Communistische Partij van de Sovjet-Unie vernederde en woedend maakte. Te midden van een massale campagne tegen hem door de CPSU en de Unie van Sovjetschrijvers stemde Pasternak er schoorvoetend mee in de prijs af te wijzen. In zijn brief aan het Nobelcomité verklaarde Pasternak dat de reactie van de Sovjetstaat de enige reden was voor zijn beslissing. Hij staat nog steeds te boek als de winnaar van dat jaar.
Toen hij in 1960 aan longkanker overleed, had de campagne tegen Pasternak de internationale geloofwaardigheid van de V.S.S.R. aangetast. Bovendien werden de samizdat-methoden later voortgezet, uitgebreid en verfijnd door Aleksandr Solzjenitsyn en andere Sovjet-dissidenten.