Kistschepen vervoerden Ierse immigranten naar Amerika en andere kolonies tijdens de Grote Ierse Hongersnood (1845-1852). Ze waren de goedkoopste manier om de Atlantische Oceaan over te steken, maar het was een miserabele en gevaarlijke reis. De omstandigheden aan boord waren verschrikkelijk omdat de schepen zo overvol waren. Ook was er weinig voedsel en water. Er waren vaak ziektes aan boord.

Achtergrond

De term kistschepen (Engels: "coffin ships") ontstond tijdens de hongersnood, toen duizenden Ieren uit wanhoop naar Noord-Amerika vertrokken. Veel van hen konden alleen een zeer goedkope overtocht betalen en kwamen terecht in de laagste klasse van de schepen, de zogenoemde steerage of tussenruimtes. Deze passagiers bestonden vaak uit arme pachters, landarbeiders en hun gezinnen die hun land en bezit achterlieten. In die jaren vertrokken naar schatting ongeveer een miljoen mensen uit Ierland; de emigratie droeg bij aan de grote Ierse diaspora in Noord-Amerika en elders.

De reisomstandigheden

Op kistschepen waren de omstandigheden zwaar: de hutten en tussenruimtes waren overvol, ventilatie ontbrak, sanitaire voorzieningen waren onvoldoende of afwezig en afval werd vaak in de scheepsruimen opgeslagen. Voedsel en schoon drinkwater waren beperkt of van slechte kwaliteit. Veel schepen waren verouderd, slecht onderhouden of oorspronkelijk niet bedoeld voor zo veel passagiers, waardoor de kans op ziekte en sterfte toenam. Emigratieagenten en sommige schippers profiteerden van de wanhoop van mensen door overbevolking en het minimaliseren van uitgaven.

Ziekte en sterfte

De belangrijkste oorzaken van sterfte aan boord waren infectieziekten zoals tyfus (vaak genoemd als "ship fever"), cholera en dysenterie. Door de slechte hygiëne en de compacte leefomstandigheden konden ziektekiemen zich snel verspreiden. De sterftecijfers waren erg hoog en verschilden per reis; in extreem zware gevallen stierf soms bijna een derde van de passagiers, maar ook lagere percentages leidden tot veel individuele tragedies. Overledenen werden soms overboord gegooid en dat heeft geleid tot verhalen dat haaien de schepen volgden omdat ze gevoed werden met lichamen — een beeld dat de wreedheid van de omstandigheden markeert en deels voortkomt uit ooggetuigenverslagen en overlevering.

Aankomst en quarantaine

Veel overlevenden arriveerden uitgeput in havens van Canada en de Verenigde Staten, waar landen soms quarantaineposten instelden om de verspreiding van ziektes te voorkomen. Bekende quarantaineplaatsen waren onder andere Grosse Île (bij Québec) en Partridge Island (bij Saint John, New Brunswick). Op zulke posten stierven ook veel vluchtelingen of werden ze tijdelijk geïnterneerd. De menselijke tol van de emigratie en de daaropvolgende verliezen op quarantaine-eilanden liet diepe sporen achter bij families en gemeenschappen.

Nalatenschap

Kistschepen behoren tot de donkerste hoofdstukken van de hongersnood en worden in geschiedschrijving en volksherinnering vaak gebruikt als symbool voor de ellende en het lijden van de Ierse bevolking in die periode. De massale emigratie veranderde de demografische en culturele samenstelling van zowel Ierland als de bestemmingslanden. Op meerdere locaties in Canada, de Verenigde Staten en Ierland bestaan herdenkingen, monumenten en museale aandacht voor de slachtoffers en de overlevenden van die overtochten.

Hoewel in latere jaren regels en passagierswetten werden aangescherpt en de omstandigheden verbeterden, blijft het beeld van de kistschepen een krachtige herinnering aan hoe armoede, ziekte en gebrekkige bescherming van de zwakkeren tot grootschalig menselijk lijden kunnen leiden.