Het hertogdom Saksen-Coburg en Gotha (Duits Sachsen-Coburg und Gotha) was een dubbelmonarchie in Duitsland: één heerser stond aan het hoofd van twee afzonderlijke hertogdommen, Coburg en Gotha. In de praktijk betekende dit een persoonlijke unie — beide hertogdommen behielden hun eigen administratie, parlementen en rechtbanken, maar hadden één gemeenschappelijke hertog. De staat behoorde tot de korte 'Ernestijnse' tak van het Huis Wettin, dat in de geschiedenis van Saksen en de omliggende gebieden een belangrijke dynastieke rol speelde.
Oprichting en dynastieke herverdeling (1826)
Het koninklijk huis van Saksen-Coburg en Gotha ontstond in 1826, na het uitsterven van de mannelijke lijn van het Huis Wettin dat Saksen-Gotha-Altenburg bestuurde. De overgebleven Wettin-leden verdeelden de verschillende Ernestijnse hertogdommen onderling. Als resultaat gaf de hertog van Saksen-Coburg-Saalfeld Saalfeld op en kreeg in ruil het hertogdom Gotha.
Op 12 november 1826 werd Ernst III van Saksen-Coburg-Saalfeld als Ernst I hertog van Saksen-Coburg en Gotha. Naast de beide hertogtitels droeg hij een lange rij bijkomende titels: hertog van Jülich (Juelich), Kleef en Berg, ook Engern en Westfalen, prins van Lichtenberg, landgraaf in Thüringen, markgraaf van Meißen (Meissen), graaf van Herrenberg, graaf van Mark en Ravensburg, heer van Ravenstein en Tonna. Deze eretitels weerspiegelen oude claims en dynastieke tradities, niet zozeer samenhangende machtsgebieden.
De dynastie en de banden met het Verenigd Koninkrijk
Ernst I had meerdere kinderen; twee van zijn zoons zijn opvallend in de Europese geschiedenis. Zijn jongere zoon, Albert, huwde in 1840 zijn nicht, koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk. Door dat huwelijk kreeg de familie een directe plaats in het Britse koningshuis. De nakomelingen van Victoria en Albert werden via huwelijken verspreid over veel Europese vorstenhuizen, waardoor de naam en invloed van Saksen-Coburg en Gotha internationaal groeiden.
In het Verenigd Koninkrijk werd de naam van het koningshuis officieel Saxe-Coburg and Gotha vanaf de troonsbestijging van Eduard VII in 1901. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond echter sterke anti-Duitse stemming; in 1917 veranderde koning George V de familienaam naar Windsor om die gevoelens te kalmeren.
Politieke positie en het einde van het hertogdom
Saksen-Coburg en Gotha maakte deel uit van de Duitse statenorde: eerst de Duitse Bond, later vanaf 1871 het Duitse Keizerrijk. Omdat het twee aparte hertogdommen waren die slechts door de hertog verbonden waren, bleven hun interne instellingen verschillend.
In de Eerste Wereldoorlog vormde de situatie zich moeilijk voor de dynastie: sommige leden hadden nauwe banden met Groot-Brittannië, andere stelden zich aan de kant van Duitsland. De laatste regerende hertog, Carl Eduard (Charles Edward), die in 1900 de troon besteeg, steunde Duitsland tijdens de oorlog. Na de novemberrevolutie van 1918 in Duitsland trad hij af en verloor het hertogdom zijn monarchale status.
Na 1918 volgde een politieke herindeling van de voormalige hertogdommen: Gotha werd onderdeel van de nieuwe Vrijstaat Gotha en ging in 1920 op in de Vrijstaat Thüringen. Coburg hield in 1919 een referendum en besloot zich aan te sluiten bij Beieren; formeel vond die aansluiting plaats in 1920.
Cultuur, paleizen en nalatenschap
- De hertogelijke residenties zijn belangrijke culturele monumenten: in Gotha staat het slot Friedenstein met uitgebreide verzamelingen en een beroemde bibliotheek en in Coburg het Schloss Ehrenburg en diverse musea met kunst en wapenkamers.
- Gotha was ook bekend om het Almanach de Gotha, een invloedrijke genealogische publicatie van Europese vorstenhuizen.
- De familie droeg bij aan kunst, wetenschap en infrastructuur in beide hertogdommen; veel gebouwen, verenigingen en collecties herinneren nog aan die periode.
Samengevat was het hertogdom Saksen-Coburg en Gotha een typisch voorbeeld van de kleinstaatkundige versplintering van Duitsland in de 19e eeuw: een persoonlijke unie met sterke dynastieke banden in heel Europa, uiteindelijk weggevaagd door de politieke omwentelingen na de Eerste Wereldoorlog. De naam leeft voort in historische bronnen, paleizen en familiegeschiedenissen — en had gedurende decennia zelfs invloed op koninklijke dynastieën buiten Duitsland.

