Een republiek is een koning-loze regeringsvorm die geen monarchie en geen erfelijke aristocratie kent. Het begrip is nauw verbonden met het idee dat de publieke macht niet toebehoort aan één erfelijke persoon, maar berust bij het volk of bij door het volk gekozen vertegenwoordigers. Traditiegetrouw wordt als keerpunt genoemd het jaar 509 voor Christus, toen de Romeinen het Romeinse koninkrijk omverwierpen en de Romeinse Republiek vestigden. De Romeinen organiseerden een politiek systeem met consuls, senaat en volksvergaderingen waarin burgers vertegenwoordigers kozen om namens hen besluiten te nemen.

De nationale soevereiniteit ligt in een republiek in het gezag van de regering en uiteindelijk bij het volk, en niet in één keizer of monarch. Het woord republiek komt van het Latijnse woord res publica, wat letterlijk "publieke zaak" betekent. Zo is de Verenigde Staten een republiek en India een republiek, maar Noord-Korea en Cuba worden ook wel republieken genoemd hoewel hun politieke systemen sterk autoritair zijn. Groot-Brittannië en Canada zijn echter geen republieken, omdat zij een monarch hebben (Koningin Elizabeth II in beide gevallen volgens de oorspronkelijke tekst).

Landen met een koning of andere monarch en vrije verkiezingen noemen we een constitutionele monarchie. Dergelijke staten functioneren op veel punten vergelijkbaar met republieken omdat de grondwet de macht van de monarch beperkt en democratische instellingen regelt. Voorbeelden zijn het Verenigd Koninkrijk en andere lidstaten van het Gemenebest, maar ook landen als Nederland, Thailand en diverse landen in Scandinavië. Wat een republiek onderscheidt, is dat wetten formeel gemaakt en bekrachtigd worden zonder koninklijk gezag.

Het staatshoofd van een republiek is meestal een persoon die door de burgers is gekozen, hetzij door middel van rechtstreekse verkiezingen, hetzij door een parlement of andere gekozen vertegenwoordigers. In de meeste moderne republieken draagt het staatshoofd de titel president. De rol van de president verschilt sterk per land: in sommige landen is de president zowel staatshoofd als regeringsleider met veel uitvoerende macht, in andere landen heeft de president vooral ceremoniële en juridische taken en ligt de politieke uitvoerende macht bij een premier en kabinet.

Soms krijgt een staat de naam "republiek" terwijl het hoogste ambt een andere titel draagt. Zo kende het Romeinse Rijk later een "keizer" en kende de Republiek der Verenigde Nederlanden een "stadhouder"; beide functienamen stonden vaak dicht bij erfelijke of quasi-erfelijke machtsposities en konden monarchale trekken aannemen.

Licchavi in India wordt genoemd als een van de vroegste vormen van republikeins bestuur in de 6e–5e eeuw v.Chr. Daarnaast ontstonden in het oostelijke Middellandse Zeegebied veel Griekse stadsstaten met gekozen magistraten. Het onderscheid met andere stadstaten was vaak dat burgers konden stemmen en leiders kozen; de precieze vorm van verkiezing en deelname verschilden sterk per gemeenschap.

Kenmerken van een republiek

  • Geen erfelijke monarchie: het staatshoofd is niet door geboorte, maar door regels en procedés benoemd of gekozen.
  • Souvereiniteit bij het volk of diens vertegenwoordigers: wetgevende macht komt voort uit een grondwet en volksvertegenwoordiging.
  • Scheiding der machten: onafhankelijke wetgevende, uitvoerende en rechterlijke machten om machtsconcentratie te voorkomen.
  • Vrije of gereguleerde verkiezingen: leiders worden gekozen voor beperkte termijnen; in veel republieken bestaan ook mogelijkheden voor afzetting of impeachment.
  • Rechtsstaat en grondrechten: bescherming van burgerlijke vrijheden en rechtsbescherming door onafhankelijke rechtbanken.

Typen republieken

  • Presidentiële republiek: de president is tegelijk staatshoofd en regeringsleider (bijv. Verenigde Staten in praktische opzet).
  • Parlementaire republiek: het staatshoofd (vaak een president) heeft meestal ceremoniële taken; de uitvoerende macht is bij een premier en kabinet (bijv. Duitsland, Italië).
  • Semipresidentiële of hybride republiek: zowel president als premier hebben significante bevoegdheden (bijv. Frankrijk).
  • Autoritaire of eenpartijstictuur onder de naam "republiek": sommige staten noemen zichzelf republiek, maar ontbreken vrije verkiezingen en scheiding der machten (bijv. Noord-Korea, Cuba zoals eerder genoemd).

Korte geschiedenis en voorbeelden

De gedachte van publieke macht is oud: naast de Romeinse Republiek bestonden er al vroeg vormen van collectief bestuur in Zuid-Azië en in Griekse poleis. In de vroege moderne tijd speelde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (de "Nederlandse Republiek") een belangrijke rol in de ontwikkeling van commercieel en stedelijk bestuur met representatieve organen. De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de Franse Revolutie (1789) verspreidden het idee van republikaans bestuur wijdverbreid en inspireerden vele latere grondwetten.

De rol van het staatshoofd en machtstoedeling

In veel republieken wordt het staatshoofd rechtstreeks of indirect gekozen, met vaste ambtstermijnen en wettelijke beperkingen. Taken kunnen omvatten: ondertekenen en bekrachtigen van wetten, vertegenwoordiging in internationale betrekkingen, benoemingen van hoge ambtenaren en, in sommige systemen, leiding van de strijdkrachten of noodbevoegdheden. De mate van macht hangt af van de grondwet en politieke praktijk.

Republiek versus democratie

Een republiek is niet per se synoniem met democratie. "Republiek" benadrukt het ontbreken van erfelijke monarchie en de publieke aard van gezag, terwijl "democratie" de macht van het volk of van een meerderheid benadrukt. Veel hedendaagse republieken zijn representatieve democratieën: burgers kiezen vertegenwoordigers die beslissen namens hen. Andere republieken kunnen beperkt of autoritair zijn en weinig democratische kenmerken vertonen.

Conclusie

Republieken zijn veelzijdig: ze variëren van liberale, parlementaire democratieën tot autoritaire regimes die de naam 'republiek' dragen. Belangrijke gemeenschappelijke elementen zijn het ontbreken van een erfelijke monarch en het principe dat publieke macht berust op wetten, grondwet en (directe of indirecte) volksvertegenwoordiging. De precieze invulling van die principes verschilt echter sterk tussen landen en door de tijd heen.