De landen die lid zijn van de Raad van Europa zijn het op bepaalde punten eens geworden over een document dat de mensenrechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens moet waarborgen. Deze punten werden het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In zijn kortere vorm is het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Het Verdrag heeft ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) opgericht, en de uitspraak van dit Hof heeft een dwingende rechtsbevoegdheid op grond van artikel 46 van het Verdrag.

Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschreven op 4 november 1950.

Het EVRM heeft veel protocollen opgesteld, bijvoorbeeld: protocol 2de voor het recht op onderwijs, 12de tegen alle discriminatie, ook door de overheid, en 13de voor de volledige afschaffing van de doodstraf. Protocollen zijn een set van regels. Alle lidstaten moeten zich aan deze regels houden.

Het Europees Hof voor de rechten van de mens kan beslissingen nemen over klachten of zaken die bij hem aanhangig worden gemaakt. Als iemand denkt dat een Europees land zijn of haar mensenrechten heeft geschonden, kan hij of zij zich tot de rechters van het EHRM wenden. De rechters luisteren naar de klacht en nemen een beslissing. Deze beslissingen moeten door de regeringen van de landen worden gevolgd.