In de natuurkunde betekent een veld dat aan elk punt in de ruimte (of ruimtetijd in het algemeen) een fysische grootheid wordt toegekend. Een veld wordt gezien als zich uitstrekkend over een groot gebied van de ruimte, zodat het alles beïnvloedt. De sterkte van een veld varieert gewoonlijk over een gebied. Michael Faraday was de eerste die de term "veld" muntte, in 1849.
Voor sommige velden is er een getal voor elk punt in de ruimte. Zij worden scalaire velden genoemd. Voor meer ingewikkelde velden is er meer dan één getal voor elk punt in de ruimte. Zij worden vectorvelden of tensorvelden genoemd. Zo kan men bijvoorbeeld een gravitatieveld modelleren door een vectorveld waarin een vector de versnelling aangeeft die een massa in elk punt van de ruimte zou ondervinden. Andere voorbeelden zijn temperatuurvelden of luchtdrukvelden, die vaak op weerberichten worden geïllustreerd met isothermen en isobaren door de punten van gelijke temperatuur respectievelijk druk met elkaar te verbinden.


