De vierde generatie videogameconsoles begon op 30 oktober 1987 met de release van de PC Engine van Nippon Electric Company (NEC). Hoewel NEC met de PC Engine vroeg op de markt was, werd de generatie wereldwijd vooral gedomineerd door Nintendo en Sega. Nintendo behaalde uiteindelijk het grootste wereldwijde marktaandeel, maar Sega boekte ook groot succes, vooral in Noord-Amerika en Europa. Sega lanceerde in deze periode een nieuwe iconische franchise, Sonic the Hedgehog, om te concurreren met Nintendo’s Mario-spellen. Verschillende andere fabrikanten probeerden ook met consoles mee te liften, maar geen van hen behaalde vergelijkbaar succes — met uitzondering van de dure, op arcadekwaliteit gerichte Neo Geo van SNK.

Technische vernieuwingen en mogelijkheden

De vierde generatie wordt vaak de 16-bits generatie genoemd omdat veel populaire consoles op krachtige 16-bits processors draaiden (bijvoorbeeld de Motorola 68000 in de Sega Mega Drive/Genesis). Kenmerkend voor deze periode waren:

  • grotere kleurpaletten en scherpere sprites, waardoor grafisch veel meer detail mogelijk werd;
  • verbeterde geluidschips en muziekmogelijkheden, wat leidde tot rijkere soundtracks;
  • hardwarefuncties zoals roteren en schalen van sprites (bijvoorbeeld het Mode 7-effect op de Super Nintendo), waarmee pseudo‑3D-effecten en indrukwekkende achtergronden konden worden gemaakt;
  • de opkomst van cd-rom als medium (begonnen met add-ons voor systemen zoals de PC Engine), waardoor grotere spellen en betere audio mogelijk werden;
  • arcade-naar-huiskamerconversies van hoge kwaliteit — vooral door systemen zoals de Neo Geo die arcadehardware weerspiegelden.

Belangrijke consoles van de generatie

  • PC Engine / TurboGrafx‑16 (NEC) — vroeg op de markt en populair in Japan; had als een van de eersten cd‑ondersteuning.
  • Sega Mega Drive / Genesis — technisch krachtig en commercieel succesvol, vooral met sportieve en actiegerichte titels en met Sonic als mascotte.
  • Super Nintendo Entertainment System (SNES) — bekend om zijn uitgebreide kleurgebruik, sterke first‑party games en RPG‑klassiekers.
  • Neo Geo (SNK) — high‑end, arcade‑gerichte hardware met hoogwaardige 2D‑graphics en dure cartridges, populair bij verzamelaars en arcadefans.

Draagbare systemen en de Game Boy

De eerste belangrijke draagbare spelcomputer uit deze periode was de Game Boy, uitgebracht op 21 april 1989. Ondanks een scherm zonder kleur en beperkte resolutie werd de Game Boy de populairste draagbare console door een combinatie van een lange batterijduur, robuust ontwerp, aantrekkelijke prijs en sterke lanceringstitels — met name het bundelen van Tetris bij de lancering. Concurrenten met kleurenbeeldschermen zoals de Atari Lynx en de Sega Game Gear boden technisch betere schermen, maar faalden commercieel grotendeels door kortere batterijtijd en hogere kosten.

Belangrijke spellen en franchises

Veel grote series uit voorgaande generaties groeiden door en kregen hun meest invloedrijke titels in deze periode. Bekende series en titels die in of rond deze generatie populair waren, zijn onder andere:

  • Mario (onder andere Super Mario World op SNES)
  • Metroid, Zelda
  • Star Fox (introductie van 3D‑achtige polygonale beelden op consoles)
  • Kirby, Dragon Quest, Final Fantasy
  • Seiken Densetsu (Secret of Mana), Sonic the Hedgehog
  • Donkey Kong, Street Fighter (met name Street Fighter II), Mortal Kombat, Mega Man X

De vierde generatie was ook het tijdperk waarin het genre van fighting games exploderende populariteit kreeg, en waarin role‑playing games (RPG's) op consoles grote, verhalende werelden begonnen te bieden die tot op de dag van vandaag invloedrijk zijn.

Markt, concurrentie en nalatenschap

Regionale verschillen speelden een grote rol: Sega was sterk in Noord‑Amerika en Europa, Nintendo had wereldwijd succes en sterke first‑party‑titels, en systemen als de PC Engine en Neo Geo waren vooral in Japan relevant. De generatie legde de basis voor meerdere langdurige franchises en voor technieken (zoals geavanceerde sprite‑grafiek en CD‑audio) die later werden uitgebreid.

Uiteindelijk leidde de vierde generatie voort naar een fundamentele verschuiving: de daaropvolgende generatie introduceerde grootschalig gebruik van polygonaal 3D‑graphics en cd‑media in consumentenconsoles. Deze overgang naar 3D en multimediacapaciteit veranderde de industrie en de spelervaring ingrijpend — zoals al werd aangekondigd door experimenten met polygonale beelden en cd‑add‑ons tegen het einde van de 16‑bits periode.