De Europese Unie (afkorting: EU) is een samenwerkingsverband van 27 lidstaten in Europa. De Unie werd gevormd op basis van het Verdrag van Maastricht (ondertekend in 1992, in werking getreden in 1993) en is voortgekomen uit de vroege Europese integratie, met name de Europese Economische Gemeenschap (EEG) die in 1957 bij de Verdragen van Rome werd opgericht. De EU heeft een gemeenschappelijke economische ruimte ontwikkeld met regels die in de hele Unie gelden. Daardoor kunnen de burgers van de lidstaten zich gemakkelijker verplaatsen, wonen en handel drijven in andere EU-landen. Negentien van deze landen gebruiken dezelfde munt: de euro.

De naam Europa komt van het Latijnse Europa, dat op zijn beurt is afgeleid van het Griekse Εὐρώπη, van εὐρύς eurys "breed" en ὤψ ops "gezicht".

Het Verdrag van Lissabon is het meest recente grote verdrag waarin staat hoe de Unie wordt bestuurd. In het verdrag (en de bijbehorende verdragen) staat welke taken ("bevoegdheden") de Unie heeft en welke taken de lidstaten zelf behouden. Alle lidstaten hebben het verdrag ondertekend. Besluiten binnen de EU worden genomen door een combinatie van instellingen: sommige besluiten zijn het resultaat van onderhandelingen tussen regeringen, andere door het rechtstreeks gekozen Europees Parlement en de Europese Commissie.

Doelen en waarden

Het doel van de EU is de lidstaten dichter bij elkaar te brengen met respect voor mensenrechten, democratie en de rechtsstaat. Kernwaarden en doelen zijn onder andere:

  • het bevorderen van vrede, veiligheid en stabiliteit in Europa;
  • het scheppen van een interne markt met vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal;
  • economische en sociale cohesie tussen regio's;
  • bescherming van fundamentele rechten en vrijheden;
  • gezamenlijk optreden op gebieden als milieu, consumentenbescherming, en onderzoek.

Belangrijke instellingen

De EU heeft meerdere instellingen die samenwerken:

  • De Europese Commissie — bereidt wetgeving voor, voert EU-beleid uit en ziet toe op de naleving van het EU-recht;
  • Het Europees Parlement — rechtstreeks gekozen door burgers; medewetgever op veel terreinen;
  • De Raad van de Europese Unie (Ministerraad) — vertegenwoordigt de regeringen van de lidstaten en stemt over wetsvoorstellen;
  • De Europese Raad — bestaat uit de staats- en regeringsleiders; bepaalt de algemene politieke lijnen en prioriteiten;
  • Het Hof van Justitie van de Europese Unie — zorgt voor de eenheid en toepassing van het EU-recht;
  • De Europese Centrale Bank (ECB) — verantwoordelijk voor het monetaire beleid van de landen die de euro gebruiken;
  • Daarnaast bestaan er tal van agentschappen en organen die specifieke taken uitvoeren (bv. grens- en kustwacht, agentschappen voor gezondheid, milieu en veiligheid).

Besluitvorming en recht

Besluiten in de EU worden genomen volgens verschillende procedures, onder meer: de gewone wetgevingsprocedure (medebeslissing), waarbij het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk wetten vaststellen, en procedures waarbij unanimiteit in de Raad vereist is (voor gevoelige onderwerpen zoals buitenlands beleid, belastingen of grondwettelijke wijzigingen). EU-wetgeving heeft vaak directe werking of voorrang boven nationaal recht wanneer dat door de verdragen is geregeld.

De euro en economisch beleid

De euro is de gemeenschappelijke munt van 19 van de 27 EU-lidstaten (de eurozone). De Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt bepaalt het monetaire beleid voor de eurozone met als belangrijkste doel prijsstabiliteit. Landen die de euro willen invoeren, moeten voldoen aan de zogenoemde convergentiecriteria (standaardregels voor begrotingstekorten, staatsschuld, inflatie, rentetarieven en wisselkoersstabiliteit).

Vrij verkeer en Schengen

Een van de belangrijkste verworvenheden van de EU is het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Een deel hiervan is geregeld via de Schengenzone, een ruimte zonder grenscontroles tussen de deelnemers. Niet alle EU-lidstaten maken deel uit van Schengen en sommige Schengenlanden liggen buiten de EU, maar in veel gevallen kunnen burgers binnen grote delen van Europa reizen zonder paspoortcontrole. De Unie heeft ook gezamenlijk beleid op het gebied van grensbeheer, visumverlening en asiel.

Lidmaatschap, uitbreiding en uittreding

De EU is gegroeid van de oorspronkelijke zes stichtende landen (België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland) naar 27 lidstaten. Uitbreidingen gebeurden in meerdere ronden; nieuwe leden moeten voldoen aan democratische en rechtsstatelijke normen en economische criteria. Lidstaten kunnen ook besluiten de Unie te verlaten — het bekendste voorbeeld is het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (Brexit) in 2020.

Symbolen en praktische zaken

  • De EU heeft symbolen zoals de twaalf sterren op een blauwe vlag, een gezamenlijk volkslied (de Ode aan de Vreugde) en gemeenschappelijke paspoortontwerpen voor de lidstaten; het heeft een gemeenschappelijke stijl voor (zijn) paspoorten.
  • EU-burgerschap geeft extra rechten, zoals het recht om in elk EU-land te wonen, te werken en te stemmen bij Europese en lokale verkiezingen (onder voorwaarden).

Kritiek en uitdagingen

De EU staat ook voor kritiek en moeilijke vragen. Veel besproken thema's zijn democratische legitimiteit, bureaucratie, de verdeling van bevoegdheden tussen Brussel en nationale regeringen, migratiebeleid, economische ongelijkheid tussen regio's en de aanpak van klimaatverandering. De Unie werkt continu aan hervormingen en beleid om deze uitdagingen aan te pakken.

Toekomst

De toekomst van de EU hangt af van politieke keuzes van de lidstaten en van de bereidheid om gezamenlijk antwoorden te vinden op mondiale uitdagingen zoals geopolitieke spanningen, digitale transformatie, klimaatcrisis en economische concurrentie. Verdieping van samenwerking in sommige beleidsvelden en flexibiliteit in andere blijven belangrijke thema's in het debat over het verdere Europese samenwerkingsmodel.