Coördinaten: 52°20′N 1°11′E / 52.333°N 1.183°E / 52.333; 1.183

Algemeen

De Hoxne-schat is de grootste vondst van laat-Romeins zilver en goud in Groot-Brittannië, en de grootste verzameling gouden en zilveren munten uit de vierde en vijfde eeuw die ooit in het Romeinse Rijk is gevonden. De omvang en staat van bewaring maken de vondst van uitzonderlijk belang voor het onderzoek naar het dagelijks leven, bezit en rituelen rond het einde van de Romeinse periode in Brittannië.

Vondst en opgraving

De schat werd op 16 november 1992 door een metaaldetector gevonden in het dorp Hoxne in Suffolk, Engeland. Nadat de initiële vondst was gemeld zijn professionele archeologen ingeschakeld en is de vindplaats zorgvuldig archeologisch opgegraven. Daardoor konden niet alleen de metalen voorwerpen maar ook restanten van de orgaansiche verpakking en de houten kist nauwkeurig worden gedocumenteerd.

Inhoud van de schat

De schat bestaat uit 14.865 Romeinse gouden, zilveren en bronzen munten uit de late vierde en vroege vijfde eeuw, en ongeveer 200 zilveren serviezen en gouden sieraden. Tot de voorwerpen behoren onder meer:

  • grote aantallen munten die het chronologische kader bepalen (laat 4e – vroege 5e eeuw);
  • diverse stukken tafelzilver zoals lepels, schepzwaarden en kleinere schalen;
  • zilvergouden (silver-gilt) gebruiksvoorwerpen, waaronder zogeheten peperpotten (kleine houders voor kostbare specerijen);
  • gouden sieraden en versierde voorwerpen, waaronder een opvallende gouden lichaamsketting en versierde ringen en armbanden;
  • organische resten van de bewaarcontainer: delen van een eikenhouten kist, scharnieren en slotbeslag.

De kist was gevuld met voorwerpen, sommige verpakt in kleinere houten kistjes of in stof en zakken gewikkeld. De wijze waarop alles was opgeborgen suggereert dat de eigenaar de spullen zorgvuldig wilde bewaren en mogelijk later wilde terughalen.

Datering en historische context

De munten dateren van na 407 na Christus, rond het moment dat de centrale Romeinse macht in Brittannië uiteenvalt en de Romeinse administratie ophoudt te functioneren. Deze periode wordt geassocieerd met politieke onrust, bedreiging door invallen en het terugtrekken van troepen en bestuurders naar het vasteland. Het begraven van waardevolle goederen wordt vaak gezien als een reactie op die onzekere omstandigheden, maar de precieze reden waarom juist deze schat werd begraven blijft onbekend.

Eigendom en interpretatie

De eigenaren van de schat zijn niet met zekerheid te identificeren. De samenstelling — waardevolle doch selectief ingezette voorwerpen — suggereert dat het bezit toebehoorde aan een zeer rijke familie of persoon, maar mogelijk slechts een deel van hun totale vermogen vertegenwoordigt. Het ontbreken van enkele veelvoorkomende typen luxegoederen kan betekenen dat niet alles is begraven of dat delen van het bezit al eerder waren weggehaald.

Conservering, tentoonstelling en waardering

De objecten bevinden zich nu in het British Museum in Londen, waar de belangrijkste stukken en een selectie van de rest permanent worden tentoongesteld. In 1993 waardeerde het Treasure Valuation Committee de schat op 1,75 miljoen pond (nu 3,5 miljoen pond). De uitgebreide conserverings- en onderzoekswerkzaamheden hebben veel informatie opgeleverd over productie, gebruikssporen en restauratie van laat-Romeinse edelmetalen.

Archeologische en juridische gevolgen

Dat de Hoxne-schat door archeologen kon worden opgegraven terwijl de context grotendeels behouden bleef, heeft een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van de samenwerking tussen metaaldetectorgebruikers en professionele archeologen. De vondst gaf inzicht in de noodzaak van een wettelijk kader voor het melden en behandelen van schatvondsten en droeg bij aan discussies die leidden tot veranderingen in de Engelse wetgeving betreffende vondsten van schatten. Deze ontwikkelingen omvatten de invoering van duidelijke procedures voor rapportage, waardering en het eventueel toekennen van beloningen aan vinders en landeigenaren, evenals de verdere uitbouw van initiatieven zoals het Portable Antiquities Scheme om amateuropsporingen beter te registreren en in wetenschappelijk perspectief te plaatsen. p173