In de economie is hyperinflatie een inflatie die "uit de hand loopt", wanneer de prijzen zeer snel stijgen omdat geld zijn waarde verliest.

Een voorbeeld van hyperinflatie is in Duitsland in de jaren twintig van de vorige eeuw. In 1922 was het grootste bankbiljet 50.000 Reichsmark, In 1923 was het grootste bankbiljet 100.000.000.000 Mark. In december 1923 was de wisselkoers 4.200.000.000.000 Marks voor 1 Amerikaanse dollar. Deze bankbiljetten waren zo waardeloos dat de mensen ze in het vuur verbrandden om ze warm te houden. De biljetten brandden langer dan de hoeveelheid hout die je er mee kon kopen. Soms was de inflatie zo hoog dat de prijzen om de twee dagen verdubbelden. De Rentenmark werd ingevoerd om dit probleem te stoppen. De wisselkoers werd vastgesteld op 4,2 Rentenmarks voor 1 Amerikaanse dollar.

In Zimbabwe bedroeg de inflatie in juli 2008 231.150.888,87%.