De Juliaanse kalender, voorgesteld door Julius Caesar in 46 BCE (708 AUC), was een hervorming van de Romeinse kalender. Hij werd voor het eerst gebruikt op 1 januari 45 v. Chr. De hervorming, uitgevoerd na raadpleging van astronomen (onder wie vermoedelijk Sosigenes van Alexandrië), vereenvoudigde en stabiliseerde de kalender door vaste maandlengtes en een systematiek voor schrikkeljaren in te voeren. De Juliaanse kalender bleef de belangrijkste kalender in grote delen van de wereld totdat paus Gregorius XIII deze in oktober 1582 verving door de Gregoriaanse kalender. Veel landen stapten pas later over; enkele voorbeelden zijn Groot-Brittannië en haar koloniën (1752), Rusland (1918) en Griekenland (1923).

Definitie en structuur

De Juliaanse kalender kent 12 maanden met vaste lengtes (zoals in de moderne kalender) en een jaar van normaal 365 dagen. Om rekening te houden met de extra luttele fractie van het zonnejaar is er een schrikkeljaarregel: elk jaar dat deelbaar is door 4 is een schrikkeljaar en krijgt februari 29 dagen. Daardoor bedraagt de gemiddelde kalenderjaar-lengte precies 365,25 dagen (365 dagen en 6 uur).

Waarom de Gregoriaanse hervorming nodig was

Het tropische (astronomische) jaar — de tijd tussen twee opeenvolgende lente-equinoxen — is ongeveer 365,2422 dagen, oftewel ongeveer 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45 seconden. De Juliaanse aanname van 365,25 dagen is iets te lang; de kalender loopt daardoor langzaam op ten opzichte van de seizoenen, met een fout van ongeveer 11 minuten per jaar. Dat betekent een verschuiving van circa 1 dag elke 128 jaar. Tegen de 16e eeuw had deze cumulatie de datum van de lente-equinox en daarmee de berekening van Pasen merkbaar verschoven, wat de aanleiding was voor paus Gregorius XIII om in 1582 een correctie door te voeren.

Verschil tussen Juliaanse en Gregoriaanse kalender

  • Schrikkelregel: In de Juliaanse kalender is elk jaar deelbaar door 4 een schrikkeljaar. In de Gregoriaanse kalender zijn eeuwjaren (bijv. 1700, 1800, 1900) alleen schrikkeljaren als ze deelbaar zijn door 400 (dus 1600 en 2000 wel, 1700/1800/1900 niet).
  • Gevolg voor de datums: Door de strengere Gregoriaanse regel werden er schrikkeldagen weggelaten waardoor de Gregoriaanse datum in 1582 10 dagen vooruitging (bij invoering werd 4 oktober 1582 gevolgd door 15 oktober 1582). Sindsdien loopt het verschil verder op: in de 20e en 21e eeuw is de Juliaanse datum 13 dagen achter op de Gregoriaanse datum. In 2100, omdat 2100 in de Gregoriaanse kalender geen schrikkeljaar is maar in de Juliaanse wel, zal het verschil 14 dagen worden.
  • Rekenregel (praktisch): Voor datums tussen 1900 en 2099 kun je eenvoudig 13 dagen optellen bij een Juliaanse datum om de overeenkomstige Gregoriaanse datum te krijgen (bijvoorbeeld 7 januari Juliaans = 20 januari Gregoriaans). Deze eenvoudige regel verandert in andere periodes doordat het verschil in de loop der eeuwen toeneemt.

Huidig gebruik en varianten

De Juliaanse kalender wordt tegenwoordig niet meer gebruikt als civiele kalender in de meeste landen, maar speelt nog een rol in religieuze contexten. Sommige Oosters-orthodoxe kerken en andere christelijke gemeenschappen gebruiken de Juliaanse kalender voor de berekening van kerkelijke feestdagen (zoals Kerstmis en Pasen) of gebruiken een gemodificeerde versie (de zogeheten "gereviseerde Juliaanse kalender") die beter overeenkomst met de Gregoriaanse kalender over een lange periode.

Voorbeelden en historische gevolgen

  • Bij de invoering van de Gregoriaanse kalender in oktober 1582 werden in pauselijke staten 10 kalenderdagen overgeslagen om het seizoensritme te herstellen.
  • In Groot-Brittannië en haar koloniën werden in 1752 11 dagen overgeslagen (2 september 1752 gevolgd door 14 september 1752) om aan te sluiten op de Gregoriaanse datum.
  • In Rusland besloot de regering na de revolutie van 1917 in 1918 over te stappen; daarbij werd de datum 31 januari 1918 (Juliaans) gevolgd door 14 februari 1918 (Gregoriaans), een sprong van 13 dagen.

Belangrijke kenmerken samengevat

  • Invoeringsjaar: voorgesteld 46 v.Chr., in gebruik vanaf 1 januari 45 v.Chr.
  • Leidend principe: vast ritme van maanden en schrikkeljaren elke 4 jaar.
  • Gemiddelde jaarlengte: 365,25 dagen (te lang ten opzichte van het tropisch jaar).
  • Oplopend verschil met Gregoriaanse kalender: 10 dagen in 1582, 11 dagen in 1700s, 12 in 1800s, 13 in 1900s–2000s, en 14 dagen vanaf 2100 totdat de volgende correctie nodig is.

De Juliaanse kalender was een belangrijke stap in de ontwikkeling van kalenderrekeningen en bleef eeuwenlang bepalend voor civilisatiebrede tijdrekening. Ook al is hij civiel vaak vervangen, zijn invloed en gebruik in religieuze tradities maken hem nog steeds relevant.