Menoitios (of Menoetius) was de Titaanse god (misschien) van de gewelddadige woede, de onbesuisde daden en de menselijke sterfelijkheid. Zeus sloeg hem neer met een bliksemstraal en stuurde hem naar Erebos (de onderwereld) als straf voor zijn hybristisch gedrag.

Hij was een zoon van Iapetus en Clymene of Asia, en een broer van Atlas, Prometheus en Epimetheus. Hij werd door Zeus gedood met een bliksemflits, in de strijd der Titanen, en in de Tartarus geworpen. (Hes. Theog. 507, &c., 514; Apollod. i. 2. § 3; Schol. ad Aeschyl. Prom. 347.)

De naam Menoitios is afgeleid van de Griekse woorden menos, wat macht, kracht, geest, hartstocht, gewelddadigheid betekent, en oitos, wat noodlottig of gedoemd betekent. Hesiod beschrijft hem ook als hybristes, een gewelddadig, overheersend en onbeschaamd man. Menoitios en zijn broers, de zonen van Iapetos, werden allemaal afgeschilderd met extreem menselijke zwakheden: Prometheus was overdreven sluw, Epimetheus een dwaas, en Atlas buitengewoon moedig.

Menoitios was misschien identiek met Menoites de herder van Hades, met wie Herakles in de onderwereld worstelde. Dit verband met vee doet vermoeden dat hij ook dezelfde was als Bouphagos (de Veeeter), zoon van Iapetos, een hybrist die de godin Artemis in Arkadië aanviel.