De Rhizaria zijn een supergroep van meestal eencellige eukaryoten. Onlangs is een meercellige vorm beschreven.

Deze supergroep werd voorgesteld door Cavalier-Smith in 2002. Ze telt vele soorten. Ze variëren sterk in vorm, maar meestal zijn ze amoebe-achtig met pseudopoden. Velen produceren schelpen of skeletten, die vrij complex van structuur kunnen zijn. Zij vormen de overgrote meerderheid van de protozoaire fossielen. Bijna allemaal hebben ze mitochondriën met plooien.

Belangrijkste kenmerken

  • Pseudopoden: Veel Rhizaria bewegen en voeden zich met uitsteeksels van het cytoplasma. Die pseudopoden zijn verschillend van die van veel andere amoeben: ze kunnen fijn en filamentachtig zijn (filose), zich vertakken tot netwerken (reticulopoden) of als stijve, radiaal gerichte axopoden voorkomen.
  • Tests en skeletten: Veel soorten produceren een extern omhulsel (test) of intern skelet. Deze kunnen bestaan uit calciumcarbonaat (bijvoorbeeld bij foraminiferen), silica (bij radiolariërs) of organische materialen en zandkorrels (bij sommige benthische vormen).
  • Cellulaire eigenschappen: De meeste Rhizaria hebben mitochondriën met geplooide binnenmembranen (cristae), vaak met een buisvormige (tubulaire) structuur. Hun cytoskelet en microtubulaire elementen ondersteunen vaak complexe uitsteeksels.

Belangrijke groepen binnen Rhizaria

  • Foraminifera – meestal mariene vormen met gelaagde calciumcarbonaat-tests; veel gebruikt in biostratigrafie en paleoklimaatonderzoek.
  • Radiolaria – planktonische mariene protisten met vaak fijn gestructureerde silica-skeletten en axopodia; hun fossiele skeletten vormen een belangrijk onderdeel van diepe-zeesedimenten.
  • Cercozoa – een zeer diverse groep met zowel vrijlevende als parasitaire vormen, variërend van kleine filose amoeben tot flagellaten; bevat ook fotosynthetische lijnages zoals chlorarachniophyten (met secundaire endosymbiose).

Leefomgeving en ecologie

  • Rhizaria komen voor in vrijwel alle aquatische milieus (opeenhopingen in plankton, diepzee, ondiepe kustzones) en in bodems. Sommige leven als vrijlevende roofdieren of detrituseters, andere als symbionten of parasieten.
  • Veel mariene Rhizaria spelen een belangrijke rol in biogeochemische cycli: door vorming van tests dragen ze bij aan de klei- en kalkafzetting en beïnvloeden ze de koolstof- en silica-cycli.
  • Foraminiferen en radiolariërs vormen grote delen van het fossiele plankton en worden gebruikt om oud klimaat en afzettingsomstandigheden te reconstrueren.

Voortplanting en levenscyclus

De levenscycli van Rhizaria kunnen eenvoudig of complex zijn en zijn voor veel groepen nog incompleet begrepen. Ze reproduceren zich meestal ongeslachtelijk door mitose; bij sommige groepen zijn seksuele stadia of wisselingen tussen generaties beschreven. Veel details over geslachtscellen en voortplantingsstrategieën blijven onderwerp van lopend onderzoek.

Systematiek en evolutionaire positie

De samenhang van de Rhizaria als supergroep is voornamelijk ondersteund door moleculaire gegevens (bijvoorbeeld 18S rRNA en multigen-analyses). Cavalier-Smith stelde de groep formeel voor in 2002; sindsdien bevestigen veel moleculaire en genomische studies dat de diverse lijnages (foraminiferen, radiolaria en cercozoa) tot één grotere verwantschapsgroep behoren. Binnen de groep bestaan nog veel onduidelijkheden over de onderlinge relaties, zodat systematiek actief verandert naarmate nieuwe DNA- en genoomgegevens beschikbaar komen.

Toepassingen en belang voor de wetenschap

  • Biostratigrafie: fossiele foraminiferen en radiolariërs zijn belangrijke gidsfossielen voor het dateren van mariene sedimenten.
  • Paleoceanografie en paleoklimaat: samenstelling en isotopenwaarde van tests worden gebruikt om zeetemperaturen, zuurstofgehaltes en andere milieuomstandigheden uit het verleden te reconstrueren.
  • Ecosysteemfuncties: Rhizaria beïnvloeden voedselwebben, nutriëntencycli en sedimentvorming in zowel mariene als terrestrische systemen.

Door hun grote morfologische diversiteit en hun uitgebreide fossiele archief blijven Rhizaria een belangrijk onderwerp in de evolutiebiologie, paleontologie en ecologie. Veel details over hun biologie en evolutionaire geschiedenis worden nog onderzocht en de systematiek wordt regelmatig geüpdatet na nieuwe ontdekkingen.