Chatrang, of Shatranj, was de naam die aan het vroege schaakspel werd gegeven toen het naar Perzië en vervolgens naar de Arabische wereld reisde.

In Sassanidisch Perzië rond 600 werd de naam Chatrang en werden de regels verder ontwikkeld, en begonnen de spelers Shāh! (Perzisch voor 'koning') als de koning van de tegenstander bedreigd werd, en Shāh māt! (Perzisch voor 'de koning is af') wanneer de koning niet aan een aanval kon ontkomen. Deze uitroepen bleven in het schaakspel bestaan toen het zich naar andere landen verspreidde.

Het spel werd na de islamitische verovering van Perzië overgenomen door de moslimwereld, waarbij de stukken grotendeels hun Perzische namen behielden; in het Arabisch betekent "māt" of "māta" مَاتَ "gestorven", "is dood". In het Arabisch werd het spel Shatranj. In alle andere talen is de naam van het spel ofwel afgeleid van shatranj ofwel van shah.

Een interessant feit is dat de Arabieren hun spel in dezelfde drie fasen verdeelden als wij vandaag de dag doen: opening, middenspel en eindspel. p234

Regels en verschillen met modern schaak

Hoewel Shatranj veel elementen deelt met het moderne schaak, verschilden een aantal regels en de bewegingsvrijheid van de stukken aanzienlijk:

  • Stukken en hun bewegingen: de koning (Shah) en de toren (rukh) leken sterk op hun moderne tegenhangers; de ferz (van het Perzische woord voor raadgever) bewoog slechts één vakje diagonaal en was dus veel zwakker dan de moderne koningin; de alfil (olifant) sprong twee vakjes diagonaal en kon daardoor slechts een deel van het bord bereiken; het paard bewoog hetzelfde als nu.
  • Pionnen: pionnen bewogen één veld vooruit (geen dubbele openingssprong) en sloegen diagonaal; er bestond geen en passant-regel. Promotion bestond, maar leidde meestal tot een ferz, niet tot een krachtige dame zoals in het moderne spel.
  • Schaak en mat: de uitroepen Shāh en Shāh māt waren al gebruikelijk. De precieze waardering van patt (remise door patstelling) en andere bijzondere eindstandregels kon per traditie verschillen; in sommige bronnen werd pat als winst voor de aanvaller gezien, in andere als remise.

Cultuur, literatuur en verspreiding

Shatranj kende een bloeiende theoretische traditie in de Arabische wereld. Schrijvers en meesters bestudeerden openingen, middenspelen en eindspelen en componeerden problemen en studiefragmenten. Bekende namen uit de klassieke Arabische en Perzische schaaktraditie, zoals al-Adli en as-Suli, schreven traktaten en analyseren die van grote invloed waren op latere generaties.

Via contacten tussen de islamitische wereld en Europa — met name via Al-Andalus (Islamitisch Spanje) en handelsroutes over zee — bereikte Shatranj geleidelijk West-Europa. In de late middeleeuwen begonnen Europese spelers het spel aan te passen; de grootste veranderingen vonden plaats rond de 15e eeuw, toen de dame (koningin) veel krachtiger werd en de loper zijn moderne diagonale reikwijdte kreeg. Deze wijzigingen maakten het spel dynamischer en leidden uiteindelijk tot het moderne schaak zoals wij dat nu kennen.

Terminologie en nalatenschap

Veel moderne schaaktermen komen rechtstreeks of indirect uit het Perzisch/Arabisch: rook is afgeleid van het Perzische rukh (wagen of roek), de Engelse term check en het woord checkmate komen van shāh en māt. De naam en de fundamenten van Shatranj beïnvloedden schaakcultuur, notatie en theoretische tradities in Europa en Azië gedurende eeuwen.

Waarom Shatranj belangrijk is

Shatranj is niet alleen de directe voorloper van het moderne schaak, maar ook een historisch venster op hoe spel, wetenschap en literatuur elkaar kruisten in de middeleeuwse wereld. De systematische behandeling van opening, middenspel en eindspel toont aan dat men destijds al veel van de strategische diepgang van het spel inzag. Kennis van Shatranj helpt begrijpen hoe en waarom schaak zich ontwikkelde tot een van de meest bestudeerde bordspellen ter wereld.