In de plantkunde is een stoma (ook stomate; meervoud stomata) een kleine opening of porie die wordt gebruikt voor gasuitwisseling. Ze bevinden zich meestal aan de onderzijde van plantenbladeren. Bijna alle landplanten hebben huidmondjes.

De huidmondjes hebben twee hoofdfuncties. De eerste is gasuitwisseling, d.w.z. opname van kooldioxide en afgifte van zuurstof. De tweede is het proces van transpiratie bij planten.

Door deze openingen komt lucht de plant binnen. Het kooldioxide wordt gebruikt in de fotosynthese. Een deel van de geproduceerde zuurstof wordt gebruikt bij de ademhaling. Het zuurstofoverschot verlaat de plant via dezelfde openingen. Ook komt er waterdamp in de atmosfeer door deze poriën bij de transpiratie.

De porie wordt gevormd door een paar cellen die bewakingscellen worden genoemd. Deze passen de grootte van de opening aan door te openen of te sluiten. Om een wachtcel te openen, worden protonen (waterstofionen, H+) in de wachtcellen gepompt. Er komt water in, de cellen raken vol, en ze gaan open.