Tetanus: symptomen, oorzaken & preventie — vaccinatie en behandeling

Leer alles over tetanus: symptomen, oorzaken, preventie, vaccinatie en behandeling. Herken spierspasmen, lockjaw en voorkom infectie met juiste immunisatie en snelle nazorg.

Schrijver: Leandro Alegsa

Tetanus is een ziekte die leidt tot langdurige, pijnlijke spiersamentrekkingen en -stijfheid. Infectie vindt meestal plaats door wondbesmetting en betreft vaak een snij- of diepe prikwond of verontreiniging van een brandwond of prikplaats. De primaire symptomen worden veroorzaakt door tetanospasmine, een neurotoxine dat wordt geproduceerd door de anaërobe bacterie Clostridium tetani. Naarmate de infectie voortduurt ontwikkelen zich spierspasmen, vaak beginnend in de kaak (wat de algemene naam lockjaw of kaakklem verklaart) en gevolgd door moeite met slikken. De aandoening kan zich uitbreiden naar andere spiergroepen, met algemene spierstijfheid en pijnlijke spasmen. Besmetting kan grotendeels worden voorkomen door de juiste immunisatie en door post‑exposure profylaxe.

Oorzaak en verspreiding

Tetanus wordt veroorzaakt door toxine (tetanospasmine) van Clostridium tetani, dat aanwezig is in de grond, stof en uitwerpselen van dieren. De bacterie zelf groeit goed in zuurstofarme (anaërobe) omstandigheden, zoals diepe of vieze wonden. De ziekte wordt niet van persoon op persoon overgedragen; besmetting volgt vrijwel altijd door directe blootstelling van een wond.

Symptomen

  • Stijfheid van de kaak (trismus of lockjaw) — vaak het vroegste teken.
  • Pijnlijke spierkrampen en spierstijfheid in het gezicht, nek, rug en ledematen.
  • Risus sardonicus (een gespannen, grijnzende gelaatsuitdrukking) en opisthotonus (achterovergebogen houding door ernstige rugspierspasmen).
  • Slikklachten, moeite met ademhalen door betrokkenheid van ademhalingsspieren.
  • Autonome stoornissen: hartkloppingen, hoge bloeddruk, overmatig zweten en koorts.
  • Bij neonaten: onwillekeurige samentrekkingen, moeite met zuigen en slikken; neonatale tetanus heeft een hoge sterfte.

Incubatietijd en beloop

De incubatietijd varieert meestal van ongeveer 3 tot 21 dagen; kortere tijden wijzen op ernstigere blootstelling. Zonder behandeling kunnen symptomen verergeren met levensbedreigende ademhalings- en autonome complicaties. Met tijdige, intensieve behandeling verbetert de overlevingskans sterk, maar herstel kan weken tot maanden duren.

Diagnose

Diagnose is meestal klinisch, op basis van symptomen en een recente verwonding of blootstelling. Er zijn geen snelle, betrouwbare laboratoriumtesten om tetanus in een vroeg stadium aan te tonen; kweek van de wond is vaak niet overtuigend omdat het toxine — niet de bacterie zelf op zich — de ziekte veroorzaakt.

Behandeling

  • Directe wondverzorging: grondig spoelen en schoonmaken van de wond, verwijderen van necrotisch weefsel.
  • Antitoxine: toediening van tetanusimmuunglobuline (TIG) om circulerend toxine te neutraliseren bij personen zonder adequate immuniteit.
  • Antibiotica: meestal metronidazol of penicilline om de bacteriegroei te remmen.
  • Symptomatische behandeling: spierverslappers en sedatie (bijv. benzodiazepinen) om spasmen te verminderen.
  • Ondersteuning op de intensive care: beademing bij ademhalingsinsufficiëntie en nauwkeurige controle van vocht- en elektrolytenbalans; behandeling van autonome instabiliteit.
  • Voltallige immuunstatus beoordelen en zo nodig vaccin toedienen om toekomstige bescherming op te bouwen (na stabilisatie).

Complicaties

  • Ademhalingsinsufficiëntie door spierspasmen of longinfecties (aspiratiepneumonie).
  • Hartaandoeningen en instabiele bloeddruk door autonome betrokkenheid.
  • Langdurige spierpijn en -zwakte; bij neonaten vaak fatale afloop bij onvoldoende behandeling.

Preventie en vaccinatie

Vaccinatie is de meest effectieve preventieve maatregel. Routinevaccinaties in de kinderleeftijd omvatten vaak bescherming tegen tetanus gecombineerd met andere ziekten (zoals difterie en kinkhoest). Aanbevolen is regelmatige herhaling van de tetanusprik (boosters) volgens nationale richtlijnen; in veel landen wordt om de 10 jaar een booster geadviseerd, en bij bepaalde wonden soms eerder. Vaccinatie tijdens de zwangerschap beschermt zowel de moeder als de pasgeborene tegen neonatale tetanus.

Post‑exposure profylaxe (na een wond)

  • Onmiddellijke en grondige wondverzorging is essentieel.
  • Mensen met onvolledige of onbekende vaccinatiegeschiedenis en die een ernstige of sterk vervuilde wond hebben, krijgen vaak zowel tetanusimmuunglobuline (TIG) als een start of aanvulling van het vaccinatieschema.
  • Voor mensen met volledige vaccinatie kan bij ernstige wonden een booster worden aanbevolen als de laatste prik langer geleden is dan de in de richtlijnen genoemde periode (bijvoorbeeld >5 jaar bij ernstige wonden; voor minder ernstige wonden wordt vaak >10 jaar aangehouden). Volg regionale of nationale aanbevelingen.

Wanneer hulp zoeken

  • Ga direct naar de huisarts of de spoedeisende hulp bij diepe, vervuilde of punctiewonden, of bij symptomen als kaakklem, aanslepende spierspasmen of slikproblemen.
  • Bij twijfel over uw vaccinatiestatus en bij risicowonden: zoek medische beoordeling voor mogelijke post‑exposure profylaxe.

Wie lopen extra risico

  • Niet-gevaccineerde personen of mensen zonder volledige vaccinatie‑boosters.
  • Baby’s en jonge kinderen in gebieden met lage vaccinatiegraad; neonatale tetanus door onhygiënische navelsnijpraktijken.
  • Mensen die vaak in contact komen met grond of dieren of die door een ongeluk diepe of vuile wonden oplopen.

Kort samengevat: tetanus is een ernstige maar goed te voorkomen ziekte. Goede wondverzorging, tijdige vaccinatie en snelle medische beoordeling bij risicowonden of symptomen zijn de kern van preventie en effectieve behandeling.

Schilderij van Sir Charles Bell, 1809, toont een patiënt die lijdt aan tetanusZoom
Schilderij van Sir Charles Bell, 1809, toont een patiënt die lijdt aan tetanus



Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3