Tribunes van het plebs waren belangrijke ambtenaren in het oude Rome. De plebianen (plebs) waren het vrije Romeinse volk dat geen patriciërs was.

De tribunes zorgden voor een evenwicht tussen de macht van de Senaat en de behoeften van het volk. Er waren tien tribunes op elk moment, en ze konden afzonderlijk of samen optreden.

Deze tribunes hadden de macht om de volksvergadering (het Concilium Plebis) te gebruiken om het gewone volk te steunen. Ze konden de Senaat oproepen, wetgeving voorstellen en namens de plebejers tussenbeide komen in juridische zaken. Het allerbelangrijkste was de bevoegdheid om een veto uit te spreken over het optreden van de Consuls en andere magistraten, om de belangen van de plebejers te beschermen. Een aanval op elke volksstam was in strijd met de wet.

Tribunes van het plebs werden alleen door de Volksvergadering gekozen. Zij konden gewone burgers zijn, in tegenstelling tot alle andere ambtenaren van de Romeinse Republiek. Hun rol duurde ongeveer 800 jaar, maar onder het Romeinse Rijk hadden ze geen echte macht. Ze waren in oorsprong en stijl, een werkend deel van de Romeinse Republiek.

Hoewel een tribuun een veto kon uitspreken over elke actie van de magistraten, de Senaat of andere vergaderingen, moest hij fysiek aanwezig zijn om dit te kunnen doen. Zodra de tribuun niet meer aanwezig was, kon de actie worden afgerond alsof het veto niet was uitgesproken. Dit betekende dat de bevoegdheden van de tribuunen beperkt waren tot Rome zelf en niet tot de Republiek in het algemeen.