Met het twintigste amendement (amendement XX) op de grondwet van de Verenigde Staten, dat op 23 januari 1933 werd geratificeerd, werden het begin en het einde van de ambtstermijn van de president en de vice-president verschoven van 4 maart naar 20 januari. De begin- en einddatum voor leden van het Congres werden verschoven van 1 maart naar 21 januari. In beide gevallen is de begin- en eindtijd 's middags. Ook wordt de procedure vastgesteld die moet worden gevolgd als er om een of andere reden geen gekozen president is.

 

Correctie en toelichting

Belangrijk om te vermelden is dat het twintigste amendement weliswaar daadwerkelijk op 23 januari 1933 is geratificeerd, maar de gangbare en nauwkeurige bewoording van het amendement stelt dat de ambtstermijnen beginnen en eindigen om twaalf uur 's middags (noon) op vaste data: voor de president en vice-president op 20 januari en voor senatoren en afgevaardigden op 3 januari. Het in het oorspronkelijke fragment genoemde 21 januari voor het begin van het Congres is onjuist; officieel is dat 3 januari. De wijziging verkortte dus de periode tussen verkiezing en aantreden aanzienlijk.

Belangrijkste bepalingen van het amendement

  • Vervroeging van de inauguratie van de president en vice-president: de ambtstermijn begint en eindigt op 20 januari om 12:00 uur.
  • Vervroeging van het begin van de congreszittingen: de termijnen van senatoren en afgevaardigden beginnen en eindigen op 3 januari om 12:00 uur; verder bepaalt het amendement dat het Congres minstens eenmaal per jaar moet samenkomen.
  • Regeling bij overlijden of onbevoegdheid vóór aantreden: als de verkozen president overlijdt vóór het begin van de termijn, treedt de vicepresident-elect in zijn plaats. Als geen van beiden gekwalificeerd is, geeft het amendement aan dat het Congres wettelijk moet vastleggen wie als waarnemend president optreedt totdat een gekwalificeerde president is aangetreden.

Achtergrond en impact

Voor de invoering van dit amendement traden nieuwgekozen presidenten en leden van het Congres pas op 4 maart (president) en 4 maart of 1 maart (afhankelijk van de historische formulering) in functie. Die lange periode tussen verkiezing en aantreden ontstond in de 18e eeuw, toen reizen en communicatie traag waren. Aan het begin van de 20e eeuw waren transport- en communicatiemiddelen sterk verbeterd en werd de lange overgangsperiode problematisch, vooral in tijden van crisis (bijvoorbeeld economische of internationale crises). Het twintgste amendement verkortte die ‘lame-duck’-periode en maakte het mogelijk dat nieuwe administraties en een nieuw samengesteld Congres sneller beginnen met hun werk.

Verhouding tot andere amendementen en opvolging

Het twintigste amendement behandelt vooral situaties van overlijden of het niet kunnen aantreden vóór de geplande inauguratie. Voor gedetailleerdere regels over opvolging en tijdelijke ongeschiktheid tijdens het ambt bestaat later het vijfentwintigste amendement (1967), dat aanvullende procedures en clarificaties toevoegt voor omgang met ongeschiktheid en vacaturen tijdens de ambtstermijn.

Praktische toepassing

In de praktijk heeft het amendement geleid tot kortere overgangsperioden en een duidelijkere wettelijke basis voor het geval van overlijden of het ontbreken van een toegelaten president-elect vóór de inauguratie. De exacte invulling van wie tijdelijk het presidentschap uitoefent wanneer zowel de president- als de vice-president-elect afwezig of niet-gekwalificeerd zijn, is door het amendement aan het Congres toevertrouwd en later verder uitgewerkt in wetgeving en aanvullende grondwetswijzigingen.

Samengevat: het twintigste amendement verplaatste de formele aanvangsdata van ambtstermijnen van maart naar januari, hield vast aan het tijdstip van twaalf uur 's middags, en bevatte bepalingen om opvolgingsproblemen vóór de inauguratie op te lossen. Deze wijziging maakte de Amerikaanse federale regering sneller aanspreekbaar na verkiezingen en verminderde de macht en duur van 'lame ducks'.