Andrew Jackson (15 maart 1767 - 8 juni 1845) werd generaal in de oorlog van 1812 en werd beschouwd als een oorlogsheld. Hij werd de zevende president van de Verenigde Staten van Amerika (1829–1837). Jackson wordt vaak gezien als de grondlegger van de moderne Democraatische partij en zijn portret staat op de Twenty Dollar Bill. Zijn bijnaam was Old Hickory, een verwijzing naar zijn taaiheid en vastberadenheid.

Vroege leven en achtergrond

Jackson werd geboren op het grensgebied tussen de kolonies North en South Carolina. Hij raakte op jonge leeftijd wees nadat zijn ouders stierf in de nasleep van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Zonder uitgebreide formele scholing wist hij via rechtenstudie en juridische praktijk op te klimmen tot invloedrijke jurist en politicus in het toen pas gevormde Tennessee. Zijn achtergrond als zoon van bescheiden afkomst maakte hem populair bij veel frontiersburgers.

Militaire carrière

Jackson verwierf nationale bekendheid als militair bevelhebber, vooral door zijn overwinning in de Slag bij New Orleans (januari 1815) tijdens de oorlog van 1812. Zijn strenge discipline en moed op het slagveld leverden hem de bijnaam Old Hickory op. Hij diende zowel als generaal in territoriale conflicten als in acties tegen inheemse Amerikaanse volkeren en maakte naam als hard optreden en onbuigzame leider.

Presidentschap (1829–1837)

Als president voerde Jackson een politiek die bekendstaat als Jacksoniaanse democratie: uitbreiding van het stemrecht voor veel blanke mannen zonder bezit, grotere aandacht voor de “gewone man” en een versterking van de uitvoerende macht. Hij introduceerde en normaliseerde het zogeheten patronagesysteem of de “spoils system”, waarbij politieke bondgenoten ambten kregen.

Belangrijke gebeurtenissen en beleidslijnen tijdens zijn presidentschap:

  • Bankoorlog: Jackson verzette zich krachtig tegen de Tweede Bank van de Verenigde Staten, die hij beschouwde als een concentratie van te veel economische macht en voorrecht. Hij gebruikte zijn veto om het bestaan en de macht van de federale bank aan te tasten.
  • Indian Removal Act (1830): Jackson tekende de wet die de gedwongen verwijdering van inheemse volken uit hun oostelijke gebieden mogelijk maakte. Dit beleid leidde uiteindelijk tot de gedwongen marsen die bekend staan als de Trail of Tears, met groot menselijk leed en veel doden onder Cherokee, Creek, Choctaw en andere groepen.
  • Nullificatiecrisis: Jackson trad fel op tegen staatsautoriteiten in South Carolina die probeerden federale tarieven te negeren (nullificatie). Hij verdedigde de Unie en dreigde met militair ingrijpen om federale wetten te handhaven, waarmee hij zijn inzet voor behoud van de nationale eenheid toonde.
  • Uitbreiding van uitvoerende macht: Jackson maakte veelvuldig gebruik van het presidentiële veto en verstevigde daarmee de macht van het presidentschap ten opzichte van het Congres.

Controverses en kritiek

Jacksons nalatenschap is gemengd: hij wordt geprezen om zijn populistische aantrekkingskracht en inzet voor de Unie, maar zwaar bekritiseerd om zijn beleid tegenover inheemse volken en zijn houding ten aanzien van slavernij. Jackson zelf bezat slaven en bestuurde grote plantages; zijn rol bij de Indian Removal en het onderhoud van het slavensysteem blijven belangrijke punten van morele en historische kritiek.

Persoonlijk leven en karakter

Jackson stond bekend als een strijdlustig, soms temperamentvol figuur die persoonlijke eer hoogstachtte. Hij was getrouwd met Rachel Donelson, wiens overlijdensrechtstreeks vóór zijn presidentschap plaatsvond; de discussie rond hun huwelijk was politiek explosief in die tijd. Jackson woonde op The Hermitage, zijn plantage in Tennessee, waar hij ook stierf.

Nalatenschap en dood

Andrew Jackson stierf op 8 juni 1845 op The Hermitage bij Nashville, Tennessee. Hij liet een complexe erfenis achter: voor sommigen een kampioen van de gewone burger en van de nationale eenheid; voor anderen een symbool van gewelddadig beleid tegenover inheemse volkeren en een verdediger van slavernij. Zijn invloed op de Amerikaanse politiek — versterking van het presidentschap, de rol van politieke partijen en een populistische stijl van leiderschap — is blijvend.