Ze was actief tijdens de Commune van Parijs als ambulance vrouw, ze hielp verminkten of gewonden op de barricades. Tijdens het Beleg van Parijs zat ze in het verzet tegen de Pruisen. Bij de oprichting van de Commune sloot ze zich aan bij de Nationale Garde. Ze bood aan Thiers neer te schieten, en stelde de vernietiging van Parijs voor om zich over te geven.
Zij behoorde tot de communards die hun laatste stand hielden op het kerkhof van Montmartre, en was nauw verbonden met Théophile Ferré, die in november 1871 werd geëxecuteerd. Michel wijdde een ontroerend afscheidsgedicht aan Ferré, l'œillet rouge (De rode anjer). Het lijdt geen twijfel dat Victor Hugo bij het vernemen van dit verlies zijn gedicht aan Michel opdroeg, Viro Major. Deze vurige gehechtheid was misschien een van de bronnen van de verheffing die haar carrière kenmerkte, en gaf veel handvatten aan haar vijanden. Na december 1871 maakte ze propaganda, voor hulp aan arme mensen, probeerde ze de regering te vernietigen, en steunde ze mensen om zich te bewapenen, waarbij ze zelf wapens gebruikte en een militair uniform droeg. Ze heeft de Commune nooit afgezworen, en enkele keren later veroordeelden de rechters haar ter dood. Ze bracht twintig maanden door in de gevangenis en werd veroordeeld tot deportatie.