Lance en Otis Leavill vormden een groep genaamd de Floats in het midden van de jaren vijftig. Ze gingen echter uit elkaar voordat er songs werden opgenomen. Maar Lance werd een danser in een lokale TV show genaamd "Time for Teens", en presentator Jim Lounsbury gaf hem een eenmalig platencontract bij Mercury Records. Mercury bracht zijn single "I Got a Girl", geschreven en geproduceerd door Curtis Mayfield, uit in 1959, die geen succes werd. Hierdoor had Lance de volgende jaren verschillende baantjes.
Lance tekende bij OKeh Records in 1962 op aanraden van Curtis Mayfield. Major kwam voortdurend opdagen in de Okeh kantoren, bood aan boodschappen te doen voor Carl Davis, vertelde hem over de plaat die hij ooit had gemaakt en hoe hij en Curtis Mayfield vrienden waren uit hun jeugd. Major Lance's eerste single heette "Delilah", die door Curtis Mayfield was gemaakt. Hoewel het geen succes was, maakte het zijn samenwerking met een schrijf- en arrangeerteam van Curtis Mayfield, Carl Davis, en Johnny Pate, vaak met leden van Mayfield's muziekgroep genaamd The Impressions op achtergrondzang. Samen maakten ze een onderscheidend, latin-getint geluid dat anders dan andere muziek de Chicago soul belichaamde.
Major Lance's tweede Okeh single heette "The Monkey Time". Dit nummer was ook geschreven door Mayfield. In tegenstelling tot zijn eerste Okeh single was Monkey Time een succes, het werd #2 op de Billboard R& B chart. Het was ook de #8 pop hit in 1963. "The Monkey Time" werd Okeh's eerste hitsingle sinds 10 jaar. Zijn hits werden snel succesvoller, waaronder "Hey Little Girl", "Um, Um, Um, Um, Um" (zijn grootste hit, die #5 bereikte in de US pop chart en #40 in de UK, waar het zijn enige chart succes was. Het was ook een van de top 100 van de Billboard chart in 1964), "The Matador" (de enige die niet door Mayfield geschreven is), "Rhythm", "Sometimes I Wonder", "Come See", en "Ain't It A Shame".
Lance en Davis bleven samenwerken, in de tijd dat Pate en Mayfield Okeh Records verlieten. "Too Hot To Hold" was een kleine hit, maar ze hadden weinig succes voordat Davis op zijn beurt het bedrijf verliet. Tijdens deze periode toerde Lance in het Verenigd Koninkrijk. Hier werd hij ondersteund door Bluesology, een band met o.a. pianist Reggie Dwight (Reggie werd later bekend als Elton John.). In de volgende twee jaar begon hij te werken met verschillende muziekproducenten. Kort daarna verliet Lance OKeh Records in 1968 en verhuisde naar Dakar Records, waar hij de Top 40 R&B hit "Follow the Leader" had. Daarna verhuisde hij naar Mayfield's label genaamd Curtom Records, wat resulteerde in zijn laatste twee Top 40 R&B hits, "Stay Away From Me (I Love You too Much)" en "Must Be Love Coming Down." Een van Lance's nummers opgenomen bij Curtom genaamd "Stay Away From Me" stond op #4 in Jet Magazine's "Soul Brothers Top 20". Hij verliet Curtom in 1971, en nam voor korte tijd op voor Volt en Columbia Records labels.
Lance verhuisde naar Engeland in 1972. Hij zou "legendarisch worden als een UK club act, bekend om 110% te leveren bij elk optreden." Tijdens zijn tijd in Engeland nam hij een album op, Major Lance's Greatest Hits Recorded Live At The Torch, opgenomen in The Torch, een club in Stoke-on-Trent, dat is omschreven als "misschien wel het beste Northern Soul album ooit gemaakt". Lance keerde terug naar Atlanta in 1974. Hij nam een vernieuwde disco versie van "Um, Um, Um, Um, Um, Um" op voor Playboy Records. Hij richtte een nieuw label op, Osiris, met Al Jackson, een vroegere drummer voor Booker T and the MG, maar opnieuw met weinig succes, en zijn songs werden minder populair. Maar later bleek dat zijn opnamen populair waren geworden in het strandmuziekcircuit in de Carolinas, waar hij bleef optreden tijdens live-optredens. Hij nam een comeback album op, The Major's Back, en verschillende tracks voor het Kat Family label.